Spreuken 28:9
Het is door het Woord en het gebed, dat onze gemeenschap met God wordt onderhouden. God spreekt tot ons door Zijn wet, en Hij verwacht dat wij Hem zullen horen en acht op Hem zullen geven, wij spreken tot Hem door het gebed, waarop wij een antwoord van vrede van Hem verwachten. Hoe ernstig en eerbiedig behoren wij te zijn, als wij horen van en spreken tot de Heer van de heerlijkheid!
Als door ons geen acht wordt geslagen op Gods Woord, zullen onze gebeden niet slechts niet door God worden aangenomen, maar zij zullen Hem een gruwel zijn, niet alleen onze offers, die door de ceremoniële wet waren ingesteld, maar zelfs onze gebeden, die zedelijke plichten zijn, en die, als zij door de oprechten worden opgezonden, Hem zozeer welbehaaglijk zijn, zie Jesaja 1, 11, 15. De zondaar, op wiens gebeden God aldus vertoornd is, is er een, die moedwillig en hardnekkig weigert Gods geboden te gehoorzamen, die er niet eens naar wil horen, maar zijn oor afwendt van de wet, en weigert als God roept om tot Hem te gaan, daarom zal God, als hij roept, rechtvaardig weigeren hem te horen, zie Spreuken 1:24, 28.