Spreuken 21:27
Het offeren van offers was een Goddelijke inzetting, en als zij geofferd werden in het geloof en met berouw over de zonde en verbetering van levenswijze, dan werd God er grotelijks door geëerd, en dan had Hij er een welbehagen in, maar zij waren Hem soms niet alleen niet welbehaaglijk, maar een gruwel, en Hij verklaarde dit, hetgeen een aanduiding was beide, dat zij niet om henzelf geëist werden, en dat er betere en krachtiger dingen weggelegd waren, als brandoffers en slachtoffers weggedaan zullen zijn. Zij waren Hem een gruwel:
1. Als zij door goddeloze mensen gebracht werden, die geen berouw hadden over hun zonden, hun lusten niet doodden en hun leven niet verbeterden, hetgeen de ware bedoeling en betekenis was van de offers. Kaïn bracht zijn offer. Zelfs goddelozen kunnen gevonden worden bij de uitwendige verrichtingen van de Godsverering, zij kunnen vrijwillig aan God hun beesten, hun lippen, hun knieen geven, die Hem hun hart niet geven, de Farizeen gaven aalmoezen. Maar als de persoon een gruwel is, en ieder goddeloze is Gode een gruwel, dan kan het niet anders of de verrichting is het ook, zelfs als hij het naarstiglijk brengt zo lezen sommigen het laatste gedeelte van het vers. Hoewel hun brandofferen steeds voor God zijn, Psalm 50:8, zijn ze Hem een gruwel.
2. Veel meer nog als zij met een schandelijk voornemen gebracht worden, als zij bij het brengen van de offers niet alleen hun goddeloosheid aanhielden, maar die offers dienstbaar maakten aan hun boze plannen, zoals Absaloms gelofte, Izebels vasten en de lange gebeden van de Farizeen. Als de mensen zich vroom aanstellen om daardoor zoveel beter en gemakkelijker een hebzuchtig of boosaardig plan tot stand te brengen, als heiligheid wordt voorgewend maar goddeloosheid bedoeld wordt, dan inzonderheid is de verrichting een gruwel, Jesaja 66:5.