Spreuken 28:8
Hetgeen onrechtmatig verkregen werd, kan wel zeer toenemen, maar niet lang duren. iemand kan zich misschien door woeker en afpersing, bedrog en verdrukking van de armen, binnen weinig tijde een grote bezitting verkrijgen, maar zij zal niet duurzaam zijn. Hij vergadert dat goed voor hemzelf, maar het zal blijken dat hij het verzameld heeft voor iemand anders, die hij geen liefde toedraagt. Zijn bezitting zal te gronde gaan, en die van iemand anders zal op de puinhopen ervan om gericht worden.
Soms beschikt God in Zijn voorzienigheid het zo, dat hetgeen de één op onrechtmatige wijze verkregen heeft, door een ander in werken van barmhartigheid wordt gebruikt, het is op verwonderlijke wijze in de handen gekomen van iemand, die zich over de armen ontfermt, en er goed mee doet, en er dus de vloek van wegneemt, die hij er over gebracht heeft, die het door geweld en bedrog had verkregen. Dezelfde voorzienigheid, die de wrede straft en hun de macht ontneemt om nog meer kwaad te doen, beloont de barmhartigen, en stelt hen in staat om nog zoveel te meer goed te doen. Geef aan hem, die de tien ponden heeft, het pond, dat de slechte dienstknecht in een zweetdoek had weggelegd, want die heeft, en het goed gebruikt, zal meer gegeven worden, Lukas 19:24. Aldus krijgen de armen vergoeding, worden de barmhartigen aangemoedigd en wordt God verheerlijkt.