Spreuken 28:24
"Gelijk Christus de ongerijmdheid en goddeloosheid aantoont van de kinderen, die denken dat het in sommige gevallen hun plicht niet is om hun ouders te onderhouden", Mattheus 15:5, zo toont Salomo hier de ongerijmdheid en goddeloosheid aan van hen, die denken dat het geen zonde is hun ouders te beroven, hetzij door geweld of in het geheim, door hen te flikflooien en te bepraten, of door hen te dreigen of door te brengen wat zij hebben, en hetgeen niet beter is dan hen te beroven door schulden te maken, en het aan hen over te laten om ze te betalen.
1. Dit nu wordt gewoonlijk voor niets gerekend door eigenzinnige ondeugende kinderen. En zeggen: " Het is geen overtreding, want binnen kort zal het toch van ons zich, onze ouders kunnen het wel missen, wij hebben het nodig, wij kunnen niet fatsoenlijk leven van het jaargeld, dat onze ouders ons geven, het is te karig voor ons." Met dergelijke verontschuldigingen pogen zij de overtuiging van zich af te zetten, maar,
2. Hoe licht een losbandig jongeling hier nu ook over denkt, in werkelijkheid is het een zeer grote zonde, die haar begaat is des verdervende mans gezel, niet beter dan een struikrover. Welke slechtheid zal hij aarzelen te bedrijven die zijn eigen ouders berooft?