Spreuken 28:1
1. Zie hier aan welke voortdurende angsten diegenen onderhevig zijn, die op boze wegen gaan, een schuldig geweten maakt dat de mensen een schrik zijn voor zichzelf, zodat zij gereed zijn te vlieden daar geen vervolger is, zoals iemand, die zich schuil houdt wegens schulden, in ieder, die hij ontmoet, een ambtenaar van het gerecht ziet om hem gevangen te nemen. Hoewel zij voorgeven gerust te zijn, zijn zij voortdurend in angst, die hen vervolgt waar zij gaan of staan, zodat zij ook daar vrezen, waar zij in geen onmiddellijk gevaar zijn, Psalm 53:6. Zij, die God tot hun vijand hebben gemaakt en het weten, moeten wel zien dat de gehele schepping strijd tegen hen voert, en daarom kunnen zij geen waar genot hebben in zichzelf, geen vertrouwen geen moed hebben, maar een verschrikkelijke verwachting van het oordeel. De zonde maakt de mensen tot lafaards. Indien zij vlieden waar geen vervolgen is, wat zullen zij dan doen als zij zien dat God zelf hen vervolgt, hen vervolgt met Zijn heerscharen? Job 20:Z4, 15:24, zie Deuteronomium 28:25, Leviticus 26:36.
2:Welk een heilige gerustheid en kalmte van geest diegenen smaken, die een onergerlijk geweten bewaren, en zich aldus bewaren in de liefde Gods. De rechtvaardigen zijn moedig als een jonge leeuw. In de grootste gevaren hebben zij een God van almachtige kracht om op te vertrouwen, daarom zullen zij niet vrezen al veranderde de aarde haar plaats, welke moeilijkheden zij ook ontmoeten op de weg van hun plicht, zij worden er niet door verschrikt. Ik acht op geen van deze dingen.