Spreuken 26:27
1. Zie hier welke moeite de mensen zich geven om aan anderen kwaad te doen. Gelijk zij zich geweld aandeden on, het te verbergen onder een betuiging van vriendschap, zo geven zij zich zeer veel moeite om het ten uitvoer te brengen. Het is een kuil graven, het is een steen wentelen, hard, zwaar werk, en toch zullen de mensen er niet voor terug deinzen, als zij er hun hartstocht en wraakzucht door kunnen bevredigen.
2. Hoe zij hierdoor kwaad voor zichzelf bereiden, hun geweld zal op hun eigen hoofd wederkeren, zij zullen zelf vallen in de kuil die zij gegraven hebben, en de steen, die ze wentelden, zal op henzelf weerkeren, Psalm 7:16, 17, 9:16, 17. De rechtvaardige God zal de wijzen niet slechts vangen in hun arglistigheid, maar ook in hun wreedheid. Het is het oordeel van hem, die komplotten smeedt. Haman wordt gehangen aan de galg, die hij zelf bereid heeft. Geen wet is meer rechtvaardig en billijk, dan dat zij, die het verderf van anderen beramen, door hun eigen kunstgrepen omkomen.