Spreuken 24:7-9
Hier is de beschrijving
1. Van een zwak man: Wijsheid is voor hem te hoog, hij denkt dit, en daar hij wanhoopt om er bij te komen, geeft hij er zich ook geen moeite voor, maar zit tevreden neer zonder haar. En het is ook werkelijk zo, hij heeft er geen bevattelijkheid voor, en daarom zijn de middelen, de gelegenheden, die hij heeft om haar te verkrijgen, nutteloos voor hem. Het is niet gemakkelijk om wijsheid te verkrijgen. Er zijn sommigen, die wel goede natuurlijke gaven en vermogens hebben, maar als zij dwaas zijn, als zij traag zijn en zich geen moeite willen geven, als zij speelziek en beuzelachtig zijn, verslaafd zijn aan genot, als hun aard hen tot ondeugd neigt, als zij met slecht gezelschap omgaan, dan is zij voor hen te hoog, zij zullen haar waarschijnlijk niet bereiken. En omdat zij haar missen, zijn zij ongeschikt om hun land te dienen, zij zullen in de poort hun mond niet opendoen, vers 7 zij worden niet toegelaten in de raad van de magistraten, of, zo zij het zijn, zijn zij als stomme beelden, worden voor nullen gerekend, niets omdat zij niets hebben te zeggen, en zij weten dat zo zij iets zeiden, er toch geen acht op zou worden geslagen, ja, dat het uitgefloten zou worden. Laat jonge lieden zich moeite geven om wijsheid te verkrijgen, ten einde bevoegd en bekwaam te worden voor de openbare zaken en er met eer werkzaam te zijn.
2. Van een slecht man, die niet alleen veracht wordt als een dwaas, maar ook verfoeid verafschuwd wordt. Er zijn twee soorten van de zodanigen.
A. Die boosaardig zijn in het geheim. Zij weten fraai te spreken en nemen een schone schijn aan, maar zij denken om kwaad te doen, overleggen hoe zij een boze trek kunnen spelen aan iemand, tegen wie zij een wrok hebben of die zij met benijdende blikken aanzien. Hij, die dit doet, zal een meester van schandelijke verdichtselen genoemd worden, hetgeen toen misschien een algemene schandnaam was, hij zal gebrandmerkt worden als een vinder van kwade dingen, Romeinen 1:30, of als er kwaad gedaan is, zal hij ervan verdacht worden, of ten minste dat hij er medeplichtig aan is. Dit bedenken van kwaad is de gedachte van de dwaasheid, vers 9. Het wordt licht geacht, men maakt er zich met een kwinkslag van af, alsof het slechts iets beuzelachtige was, maar in werkelijkheid is het zonde, is het uitermate zondig, gij kunt het bij geen slechter naam noemen, dan wanneer gij het zonde noemt. Het is slecht om kwaad te doen, maar het is nog slechter om het te bedenken, want daarin is de list en het gif van de oude slang. Maar het kan meer in het algemeen genomen worden: wij laden schuld op ons niet alleen door de daad van de dwaasheid maar door de gedachte er aan, zelfs al zou zij niet verder gaan, het eerste opkomen van zonde in het hart is zonde, aanstotelijk voor God. en wij moeten er berouw van hebben, of wil zijn verloren. Niet alleen boosaardige, onreine hoogmoedige gedachten, meer ook dwaze gedachten zijn zondig. Indien zondige gedachten in het hart verwijlen, dan verontreinigen zij het Jeremia 4:14, hetgeen een reden is waarom wij ons hart moeten behoeden boven al dat te bewaren is, en er geen gedachten in moeten koesteren, die geen goede rekenschap van zich kunnen geven, Genesis 6:5.
B. Die openlijk verkeerd zijn. De spotter die tot iedereen beledigende taal spreekt, er behagen in schept om de mensen te beledigen, boze aanmerkingen op hen te maken, is de mens een gruwel, wie besef heeft van eer en deugd zal op hun gezelschap niet gesteld zijn. Het gestoelte van de spotters is een verwoestend gestoelte, zoals de LXX het noemen, Psalm 1:1, waar geen wijs man toe zal naderen, uit vrees van verwoest te worden. Zij, die er zich op toeleggen om anderen hatelijk te maken, maken slechts zichzelf hatelijk.