Spreuken 23:29-35
Om te bevestigen wat hij had gezegd in vers 20, geeft Salomo hier een tijdige waarschuwing tegen de zonde van de dronkenschap.
1. Hij waarschuwt alle mensen om de verzoeking tot deze zonde uit de weg te blijven vers 31. Zie de wijn niet aan, als hij zich rood vertoont. Rode wijn werd in Kanaän voor de beste gehouden, daarom wordt hij druivebloed genoemd. Kenners beoordelen wijn onder andere aanduidingen naar zijn kleur. Er is wijn zeggen zij, die er zo bekoorlijk uitziet, alsof hij zei: "Kom en drink mij." Hij beweegt zich recht, gaat glad naar beneden, of misschien is de ruwheid ervan aangenaam. Van edelen krachtigen wijn wordt gezegd, dat hij de lippen van de slapende doet spreken, Hooglied 7:9. Maar zie hem niet aan.
1. "Word niet geregeerd door de zinnen maar door rede en Godsdienst, begeer niet hetgeen het oog bekoort, in de hoop dat het de smaak zal strelen, maar laat uw ernstige gedachten de dwalingen van uw zinnen verbeteren en u ervan overtuigen, dat hetgeen zo heerlijk en genotvol schijnt, in werkelijkheid schadelijk is, en neem daarnaar uw besluit er tegen. Laat het hart het oog niet nawandelen, want het is een bedrieglijke gids."
2. "Wees niet al te vrij met deze of enigerlei andere zonde, zie ze niet aan, opdat gij er geen lust in krijgt en van de verboden vrucht gaat eten." Zij, die voor enigerlei zonde bewaard wensen te blijven, moeten zich voor al de gelegenheden er toe en ieder begin ervan wachten, en bevreesd zijn om binnen het bereik van haar vertakkingen te komen, opdat zij er niet door overwonnen worden.
II. Hij wijst op de vele verderflijke gevolgen van de zonde van de dronkenschap, teneinde aan deze waarschuwing kracht bij te zetten. Wacht u voor het aas uit vrees voor de haak. In het einde zal hij bijten, vers 32. Alle zonde zal in het einde bitterheid zijn, inzonderheid deze zonde. Hij bijt als een slang als de zondaar ziek wordt door zijn onmatigheid, er waterzucht of een andere noodlottige ziekte door oploopt, geruïneerd wordt in zijn bezitting, inzonderheid als zijn geweten ontwaakt, en hij er niet zonder afschuw aan kan denken, en zonder in toorn tegen zichzelf ontstoken te zijn. Maar wat het ergste is van alles, ten laatste zal de beker van de dronkenschap de beker van de zwijmeling worden de beker van des Heeren toorn, waarvan hij de droesem tot in eeuwigheid zal moeten drinken, en dan geen droppel water zal hebben om zijn ontstoken tong te verkoelen. Om de kracht van de verzoeking te breken, die in het genot van deze zonde gelegen is, moet gij de straf voorzien, die er op volgen zal, en waar ze ten laatste in zal eindigen, indien het niet door berouw en bekering voorkomen wordt. In zijn einde zal hij bijten, bedenk dus wat er het einde van zal wezen.
Maar hij wil de verderflijke gevolgen van deze zonde specificeren, die gewis komen en zeer merkbaar zullen zijn.
1. Zij wikkelt de mensen in strijd en geharrewar, maakt dat zij met anderen twisten, zeggen en doen datgene, hetwelk voor anderen een aanleiding is om te twisten met hen, vers 29. Hij vraagt: Bij wie is wee, bij wie is smart? Bij wie is zij niet in deze wereld? Velen hebben wee en smart zonder dat het hun schuld is, maar dronkaards scheppen zich moedwillig wee en smart. Zij, die gekijf hebben hebben wee en smart, en dronkaards zijn de dwazen, wier lippen in twist komen. Als de wijn er in is, is het verstand er uit, en dan komen de hartstochten boven, en vandaar komen dronkemanskrakelen en vechtpartijen, dronkemanstwisten bij de wijnbeker. menig verdrietig ruïnerend proces had daar zijn oorsprong in. Er is geklad, twisting in woorden, en het wisselen van vuile, gemene taal, maar daar blijft het niet bij, gij zult wonden hebben zonder oorzaak, want dronkaards zijn niet instaat om over oorzaken te oordelen, en daarom delen zij slagen uit zonder in het minst te bedenken waarom of waartoe, en dus hebben zij te verwachten op gelijke wijze behandeld te worden. De wonden, die de mensen ontvangen bij de verdediging van hun land en zijn rechtmatige rechten, zijn hun tot eer, maar wonden zonder oorzaak, ontvangen in de dienst van de lusten, zijn tekenen van schande. Ja dronkaards wonden zichzelf in een teder deel, want zij hebben rode ogen, symptomen van een inwendige ontsteking, hun gezichtsvermogen is er door verzwakt en hun uitzien onbehaaglijk. Dit komt:
a. Van langdurig drinken, door bij de wijn te vertoeven, de tijd doorbrengende in dronken gezelschap, die in nuttige arbeid doorgebracht behoorde te worden, of in slaap die voor de arbeid geschikt maakt, vers 30. O hoeveel kostelijke uren worden aldus door duizenden weggeworpen, en van ieder van deze uren zal in de grote dag rekenschap geëist worden!
b. Van het drinken van sterke drank, die dronken maakt. Zij gaan op en neer om een wijn te zoeken, die hun behaagt, hun grote vraag is: Wat is de beste drank?" Zij zoeken gemengde wijn, die het smakelijkst is, maar die tevens het koppigst is, zo bereidwillig zullen zij hun verstand opofferen voor hun gehemelte!
2. Zij maakt de mensen onkuis en onbeschaamd, vers 33.. De ogen worden bandeloos en zien naar vreemde vrouwen, om ze te begeren, en laten aldus overspel toe in het hart. "Est Venus in vinis Wijn is olie voor het vuur van de lusten". Uw ogen zullen vreemde dingen zien zo lezen het sommigen.
b. Als mensen dronken zijn draait het huis met hen in het rond, en alles ziet er even vreemd voor hen uit, zodat zij dan op hun eigen ogen niet aan kunnen.
b. Ook de tong wordt bandeloos en spreekt buitensporige dingen, door haar spreekt het half en verkeerdheden, verkeerdheden tegen verstand, godsdienst en de gewone burgerlijke beleefdheid, die zij zich zouden schamen te spreken indien zij nuchter waren. Wat bespottelijke, onsamenhangende taal zullen de mensen uitslaan, als zij dronken zijn, dezelfde mensen, die op andere tijden uitnemend goed en ter zake kunnen spreken!
3. Zij verstompt en verdwaast de mensen, vers 34. Als de mensen dronken zijn, weten zij niet waar zij zich bevinden, weten zij niet wat zij zeggen of doen.
a. Zij zijn duizelig, en als zij neerliggen om te slapen, is het alsof zij door de baren van de zee heen en weer worden geslingerd, of op het opperste van een mast geworpen waren. Vandaar hun klacht dat hun hoofd ronddraait, hun slaap is meestal onrustig en niet verkwikkend, en hun dromen zijn woelig en onstuimig.
b. Hun verstand is beneveld, en er is niet meer vastheid of gestadigheid in hen, dan in hem, die op de top van een mast slaapt, zij drinken en vergeten de inzetting, Hoofdst. 31:5, zij dwalen van de wijn, Jesaja 28:7, en hun gedachten zijn even buitensporig als hun spraak. c. Zij geven geen acht op gevaar, vrezen het niet, zijn ongevoelig voor de bestraffing, waaronder zij zich bevinden hetzij van God of van de mensen. Zij zijn in nakend doodsgevaar, in gevaar van dood en verdoemenis, zijn daar evenzeer aan blootgesteld alsof zij sliepen op de top van een mast, en toch zijn zij gerust en slapen voort. Zij vrezen geen gevaar als de verschrikkingen des Heeren hun worden voorgesteld, ja zij gevoelen geen pijn als de oordelen des Heeren over hen zijn, zij roepen niet als Hij hen bindt. Plaats een dronkaard in de boeien, hij beseft het niet dat hij gestraft wordt. "Men heeft mij geslagen, en ik ben niet ziek geweest ik heb het niet gevoeld, het heeft hoegenaamd geen indruk op mij gemaakt." Dronkenschap verkeert de mensen in stokken en stenen, Zij kunnen nauwelijks tot de dieren gerekend worden, zij zijn dood terwijl zij nog leven.
4. Het ergste van alles is dat zij verhard worden in de zonde, in weerwil van al de onheilen, waarvan zij vergezeld gaat, zal de zondaar er hardnekkig in volharden, hij wil zich volstrekt niet verbeteren. Wanneer zal ik ontwaken? Het kost hem veel moeite om de ketenen van zijn dronkaardsslaap af te schudden, hij kan zich nauwelijks van de wijndampen bevrijden, hoewel hij er mee worstelt, opdat hij, reeds des morgens dorstig zijnde er toe kan terugkeren. Zo volkomen gevoelloos is hij voor alle eer en deugd, en zo ontzettend is zijn geweten toegeschroeid, dat hij zich niet schaamt te zeggen: ik zal hem nog meer zoeken. Het is buiten hoop, neen, zij hebben dronkaards lief, en hen zullen zij nawandelen, Jeremia 2:25. Dit is: de dronkene te doen tot de dorstige en de sterke drank na te jagen. Die dit doen, kunnen hun vonnis lezen in Deuteronomium 29:19, 20, hun wee in Jesaja 5:11, en indien dit het einde is van de zonde, worden wij met goede reden gewaarschuwd om op te houden bij het begin ervan. Zie de wijn niet aan als hij zich rood vertoont.