Spreuken 21:2
Wij zijn allen geneigd om partijdig te zijn in ons oordeel onszelf en over onze daden, een te gunstige mening te hebben van ons eigen karakter, alsof daar niets aan haperde. Alle weg des mensen, zelfs zijn bijweg, is recht in zijn ogen, het trotse hart is zeer vernuftig om aan een lelijke zaak een schoon aanzien te geven, en datgene recht voor zich te doen schijnen, dat alles behalve recht is, teneinde aldus het geweten tot zwijgen te brengen.
Wij zijn er zeker van dat Gods oordeel ons aangaande naar waarheid is. Hoe ook ons oordeel moge wezen over onszelf, de Heere weegt de harten. God ziet op het hart, en daarnaar beoordeelt Hij de mensen, Hij beoordeelt hun daden naar hun beginselen en bedoelingen, en Zijn oordeel daarover is even nauwkeurig als het onze over hetgeen wij het meest wegen, ja meer nauwkeurig, Hij weegt het in een onfeilbaar zuivere weegschaal, Hoofdst. 16:2.