Spreuken 19:3
Wij hebben hier twee voorbeelden van dwaasheid van de mensen.
1. Dat zij zich in benauwdheid en moeilijkheden brengen, dat zij zich in de grond helpen zich in verlegenheid brengen. De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren. De mensen ondervinden tegenspoed en teleurstelling in hun zaken, en de dingen gaan niet naar hun verwachting en naar hun wens, en het is hun eigen schuld, hun eigen dwaasheid, het is hun eigen ongerechtigheid, die hen tuchtigt.
2. Dat zij, na aldus gehandeld te hebben, de schuld aan God geven, hun hart vergramt zich tegen Hem, alsof Hij hun onrecht had gedaan, terwijl zij in werkelijkheid zichzelf onrecht doen. Als wij ons vergrammen zijn wij vijanden van onze eigen vrede, en worden wij zelfpijnigers. Door ons te vergrammen tegen de Heere, beledigen wij Hem, Zijn gerechtigheid, Zijn goedheid en vrijmacht. Maar het is wel zeer ongerijmd om vanwege de benauwdheid, die wij door onze eigenzinnigheid en ons verzuim onszelf berokkend hebben, met Hem te twisten, als wij onszelf moesten laken omdat het ons eigen doen is. Zie Jesaja 50:1.