Spreuken 19:13
Het is een voorbeeld en bewijs van de ijdelheid van de wereld, dat wij onderhevig zijn aan de grootste smart juist door die dingen, waarvan wij ons de meeste lieflijkheid en vertroosting voorstellen. Welk groter genot kan iemand hebben dan in een goede huisvrouw en goede kinderen? En toch:
1. Een zotte zoon is een grote ellende en kan iemand duizendmaal doen wensen, kinderloos te zijn gebleven. Een zoon, die zich op geen studie en geen zaken wil toeleggen, naar geen raad wil luisteren, die een losbandig, ontuchtig leven leidt, wat hij heeft op buitensporige wijze doorbrengt, het verdobbelt, in lichtmisserij verkwist, of die trots, ijdel en verwaand is, is de smart van zijn vader, omdat hij de schande is van zijn gezin, en waarschijnlijk deszelfs ondergang zal berokkenen. Hij haat al zijn arbeid, als hij ziet aan wie hij er de vrucht van moet nalaten.
2. Een knorrige, gemelijke huisvrouw is een even grote beproeving en ellende. Haar gekijf is gestadig, iedere dag en ieder uur van de dag vindt zij gelegenheid om zichzelve en hen, die haar omringen, het leven onaangenaam te maken. Zij, die gewoonlijk knorrig zijn, zullen altijd wel het een of ander vinden om knorrig op te wezen, maar het is een gestadig druipen, dat is: een voortdurende kwelling, zoals een huis, dat zo slecht onderhouden is dat het er in regent, en men er niet in droge toestand kan zijn. Zo iemand heeft een zeer onaangenaam leven, en heeft veel wijsheid en genade nodig om de beproeving te kunnen dragen en zijn plicht te blijven doen, die een zot tot zoon en een feeks tot huisvrouw heeft.