Spreuken 27:15-16
Evenals tevoren bejammert Salomo hier de toestand van hem, die een gemelijke hartstochtelijke vrouw heeft, welke altijd kijft en berispt en zichzelf en allen die haar omringen het leven onaangenaam maakt.
1. Het is een verdriet, waaraan geen ontkomen is, want het is als een gestadig druipen ten dage van de slagregen. De twist van een buurman kan als een stortbui zijn, lastig voor het ogenblik, maar terwijl die bui duurt, kan men er tegen gaan schuilen, maar het twisten van een vrouw is als een voortdurende, doordringende regen, waaraan niets te doen of te verhelpen is, waartegen men zich slechts wapenen kan met geduld. Zie Hoofdst. 19:13.
2. Het is een verdriet, dat men niet kan verbergen. Een wijs man zou het verbergen, indien hij kon, om de wille van zijn eigen goede naam en van die van zijn vrouw, maar hij kan het niet, evenmin als hij het gebulder van de wind kan verbergen als het stormt, of de geur van een sterke specerij. Zij, die gemelijk en kijfachtig zijn maken hun eigen schande openbaar, zelfs als hun vrienden, uit goedheid voor hen, haar zouden willen bedekken.