Spreuken 18:5
Dit veroordeelt rechtvaardiglijk hen, die, gebruikt wordende in de bedeling des rechts, het recht buigen,
1. Door moedwillig de ogen te sluiten voor der mensen misdaden, hen te beschermen en te steunen in verdrukking en geweld, en dat wel om hun hoge stand in de maatschappij en hun rijkdom, of wel uit persoonlijke voorliefde voor hen. Welke verontschuldigingen de mensen hier ook voor aanvoeren, het is gewis niet goed om aldus het aangezicht des goddelozen aan te nemen, het is een overtreding tegen God, een belediging van de gerechtigheid, een onrecht jegens de mensheid, en een wezenlijke dienst, bewezen aan het rijk van Satan en van de zonde. Op het voor en tegen van een zaak moet gelet worden, niet op de persoon.
2. Door uitspraak te doen tegen recht en billijkheid, omdat de persoon arm is en van gering aanzien in de wereld, of niet tot dezelfde partij behoort, of van een andere geloofsovertuiging is, of omdat hij een vreemdeling en uit een ander land is, dit is de rechtvaardige in het gericht te buigen, die ondersteund behoorde te worden, en die God staande zal houden.