25. De siddering des, of van de mensen, 1) de vrees voor het oordeel, den haat, de bedreiging en vervolging der grote massa, of van enkele machtigen, legt voor hem, die zich daardoor in zijne gedachten en handelingen laat besturen, enen strik, zodat hij van de ene zonde in de andere en eindelijk in het verderf zal vallen; maar die op den HEERE vertrouwt en met heiligen geloofsmoed, overeenkomstig Gods woord, spreekt en handelt, zal in een hoog vertrek gesteld worden, waar hij voor het gevaar dor zonde en der verzoeking, voor het oordeel en het verderf beveiligd is. (
Spreuken 18:10).
1) Velen durven niet belijden, wat zij geloven, of hunnen plicht doen, waar zij dien kennen. Zij schamen zich den Heere te belijden voor de mensen, maar indien zij hierin volharden, zal Hij hen ook verloochenen in den dag des oordeels. Zij echter, die op den Heere vertrouwen zullen aan dezen strik ontkomen, en op Gods genade vertrouwende, zullen zij moedig Zijne geboden bewaren, en daarin hun geluk en hun heiligheid vinden..
Siddering voor den mens, of mensenvrees brengt menigeen in ongelegenheid, legt menigeen strikken op zijn weg. Voor mensenvrees en het zoeken naar menschengunst bewaard te blijven en te worden is een grote genade Gods. Door mensenvrees zijn duizenden verslagen en teruggehouden van het pad des levens. Mensenvrees is in den grond der zaak wantrouwen jegens God. Daarom stelt de Schrift haar ook hier tegenover het vertrouwen op den Heere. Voert mensenvrees ten dode, het vertrouwen op den Heere ten leven.