Spreuken 16:23
Salomo had welsprekendheid geprezen, en de zoetheid van de lippen, vers 21, en scheen daaraan nog boven wijsheid de voorkeur te geven, maar hier verbetert hij zijn gezegde, als het ware, en toont aan dat welsprekendheid, tenzij er een goede schat van binnen is om haar te ondersteunen, van weinig waarde is. Wijsheid in het hart is de zaak, waar het op aankomt.
1. Deze is het, die ons bestuurt in het spreken, de mond leert wat hij moet spreken, wanneer en hoe hij moet spreken, zodat hetgeen gesproken wordt goed en gepast is, en op de rechte tijd wordt gesproken, want anders zou het, al zijn woorden nog zo fraai, beter zijn zo het niet gesproken ware.
2. Dat is het wat gewicht en belang bijzet aan hetgeen wij spreken, en er de lering van zal vermeerderen, kracht van betoog en klemmende argumenten, zonder welke een zaak, al wordt zij in nog zo fraaie bewoordingen voorgesteld, als beuzelachtig verworpen zal worden, als men haar van naderbij beziet. Snedige gezegden behagen het oor en strelen de verbeelding, maar het is lering op de lippen, die het verstand, het oordeel zal overtuigen en er invloed op zal uitoefenen, en daarvoor is wijsheid in het hart noodzakelijk.