Spreuken 12:26
Zie hier:
1. Dat de Godvruchtigen hun eigen welvaren bevorderen, want zij hebben in zichzelf een voortreffelijk karakter, en zij verzekeren zich een voortreffelijk deel, en in beide overtreffen zij anderen. De rechtvaardige is overmoediger dan zijn naaste, aldus de lezing van de kanttekening. Hij is rijker, hoewel niet in het goed van deze wereld, maar in genade en vertroosting des Geestes, die de ware rijkdom is. Er is een wezenlijke voortreffelijkheid in de Godsdienst, hij adelt de mensen, boezemt hun edele beginselen in, maakt hen krachtig, het is een voortreffelijkheid, die in het oog van God, die de ware beoordelaar is van voortreffelijkheid, van grote waardij is. Zijn nabuur kan groter aanzien hebben in de wereld, kan meer toegejuicht worden, maar de rechtvaardige bezit de innerlijke waardij.
2. Dat goddeloze mensen in hun eigen nadeel handelen, zij wandelen op een weg, die hen verleidt. Hij schijnt hun toe niet slechts een aangename weg te zijn, maar de rechte weg, hij is zo aangenaam voor vlees en bloed, dat zij zich vleien met het denkbeeld, dat hij niet verkeerd kan wezen, maar het doel dat zij zich voorstellen zullen zij niet bereiken, het goed waarop zij hopen, zullen zij niet genieten, het is alles misleiding en bedrog, en daarom is de rechtvaardige wijzer en gelukkiger dan zijn naaste, die hem toch veracht en vertreedt.