Spreuken 15:7
Dit heeft dezelfde strekking als vers 2, en toont welk een zegen een wijs man is, en welk een last een dwaas is, voor hen, die hem omringen. Doch merk hier nu nog verder op:
1. Dat wij dan een goed gebruik maken van wetenschap, als wij haar uitstrooien, dat is verspreiden, haar niet beperken tot enige weinigen die met ons bekend zijn, maar haar niet gunnen aan anderen, die er een even goed gebruik van zouden maken, maar geef een deel van deze geestelijke aalmoezen aan zeven, ja ook aan acht, wees niet slechts mededeelzaam, maar verspreidend met dit goed, in ootmoed en met voorzichtigheid. Wij moeten ons moeite geven om nuttige kennis te verspreiden en voort te planten, sommigen onderwijzen, opdat deze weer anderen onderwijzen, en zo wordt zij dan verspreid.
2. Dat het niet slechts een fout is om dwaasheid uit te storten, maar een schande om geen kennis te verspreiden, niet het een of andere verstandige woord te uiten, het hart van de zotten doet dit niet, het heeft niets te verspreiden, dat goed is, of, indien het dit wel had, dan heeft het noch de bekwaamheid noch de wil om er goed mee te doen, en daarom heeft het weinig waardij.