Spreuken 13:16
1. Het is wijsheid om voorzichtig te zijn, al die kloekzinnig is, zal in alles handelen met wetenschap, ( overleggende bij zichzelf, en te rade gaande met anderen) hij handelt met overleg, hij wacht er zich voor om zich in te laten met iets, waarvan hij tenminste niet enigerlei kennis heeft, begeeft zich niet in zaken waarvan hij geen verstand heeft, zal niet handelen met degenen, die hem onbekend zijn, van wie hij dus niet weet of hij vertrouwen in hen kan stellen. Hij handelt nog altijd in kennis, teneinde wat hij ervan heeft te vermeerderen.
2. Het is dwaasheid om roekeloos te zijn zoals de zot, die genegen is om te spreken van dingen, waar hij niets van weet, en op zich te nemen hetgeen waarvoor hij in geen enkel opzicht geschikt is, want aldus legt hij zijn dwaasheid bloot en maakt hij zich bespottelijk. Hij begon te bouwen en was niet in staat te voleindigen.