Spreuken 12:15
Zie hier:
1. Wat het is dat een dwaas er van terughoudt om wijs te zijn. Zijn weg is recht in zijn ogen, hij denkt dat hij in alles wat hij doet het bij het rechte eind heeft, en hij vraagt niet om raad, omdat hij niet begrijpt dat hij die nodig heeft. Hij vertrouwt dat hij de weg weet, hem niet kan missen, en daarom vraagt hij niet naar de weg. De regel, waarnaar hij handelt, is: te doen wat recht is in zijn ogen, te wandelen in de weg zijn harten, "quicquid libel, licet zijn wil maakt hij tot zijn wet." Hij is een dwaas, die zich laat regeren door zijn oog en niet door zijn geweten.
2. Wat het is, dat een wijs man er voor behoedt om een dwaas te zijn, hij wil raad aannemen, wenst dat men hem goede raad zal geven, hij hoort naar raad, daar hij zijn eigen oordeel mistrouwt en hoge prijs stelt op de aanwijzingen van hen, die wijs en Godvruchtig zijn. Hij is wijs, het is een teken dat hij het is, en zal dit waarschijnlijk blijven, wiens oor altijd open is voor goede raad.