Psalm 124:6-8
Hier verheerlijkt de psalmist de grote verlossing, die God nu onlangs voor hen gewrocht had.
1. Opdat hun hart des te meer verruimd zou zijn in dankbaarheid aan Hem. De Heere zij geloofd. God is de werker van al onze uitreddingen, en daarom moet Hij er de eer voor ontvangen. Wij onthouden Hem hetgeen Hem toekomt, indien wij Hem geen dankzegging doen. En wij zijn des te meer verplicht om Hem te loven, omdat wij zo ternauwernood ontkomen zijn, Wij werden verlost:
a. Als een lam uit de muil van een roofdier, God heeft ons in hun tanden niet overgegeven tot een roof, te kennen gevende dat zij geen macht hadden tegen Gods volk, dan die hun van boven gegeven was. Zij konden geen prooi zijn voor hun tanden, tenzij God hen overgaf, en zij werden gered, omdat God niet wilde toelaten dat zij in het verderf zouden gestort worden.
b. Als een vogel, een kleine vogel (het woord betekent een mus) uit de strik van de vogelvangers. De vijanden zijn zeer listig en zeer boosaardig, zij spannen strikken voor Gods volk om hen tot zonde te brengen en tot ellende en hen daarin te houden. Soms schijnen zij hun doel bereikt te hebben, Gods volk is gevangen in de strik, en het is even onmachtig om er zichzelf uit te helpen als een zwak onnozel vogeltje, en dan is het Gods tijd, om tot hun hulp te verschijnen, als alle andere vrienden falen. dan verbreekt God de strik en maakt de raad van de vijanden tot zotheid. De strik is gebroken, en wij zijn ontkomen. Izak werd gered toen hij gereed lag om geofferd te worden. Jehovah-jireh, op de berg des Heeren zal het voorzien worden.
2. Opdat hun hart, en het hart van anderen des te meer aangemoedigd zouden zijn, om in gelijke gevaren op God te vertrouwen, vers 8. Onze hulp is in de naam des Heeren. David heeft ons er op gewezen, Psalm 121:2, om op God te bebouwen voor hulp ten opzichte van onze persoonlijke aangelegenheden, Mijn hulp is van de Heere, hier ten opzichte van de openbare belangen: Onze hulp is in de naam des Heeren. Het is een troost voor allen, aan wie de belangen van Gods Israël na aan het hart liggen, dat Israëls God dezelfde is, die hemel en aarde gemaakt heeft, de wereld gemaakt heeft, en daarom een kerk in de wereld zal hebben, en die kerk in tijden van het grootste gevaar en de grootste nood beveiligen kan. Laat de vrienden van de kerk dus op Hem vertrouwen, en dan zullen zij niet beschaamd worden.