16. Omdat 1) hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en den verslagene, den verschrikte van hart, om hem te doden (
2 Samuël 15:31 ).
1) Hij leert nu, dat hij niet zonder oorzaak zulk een harde en wrede straf over zijne vijanden afbidt, dewijl hun onmenselijkheid onverzadiglijk was, en zij niet minder met een hardnekkigen als wreden haat tegen den ellendigen mens waren bezield, alsof zij een doden hond zochten. Want zelfs de wijsgeren schrijven het toe aan bedorven en slaafse zielen, dat zij woeden tegen ellendigen, bij wie er geen kracht tot weerstand is, want strijd behoort tussen gelijken plaats te hebben. En daarom stelt de Profeet de boosheid der vijanden zo groot voor, omdat zij de ellendigen en behoeftigen vervolgen..
De ellendige en nooddruftige en de man "met een diep gewond hart" is David en in zijn tegenbeeld Christus, die wel als Koning, maar arm in Jeruzalem introk en dien Pilatus met het: "Zie den mens!" aan het volk voorstelde. Ieder woord komt hier overeen met de vervulling; met het "weldadigheid te doen" de hun gegeven mogelijkheid om Jezus vrij te laten, met het: "om Hem te doden", het "kruist Hem"; want de vorm, die in den grondtekst staat (Po. in plaats van Hiph.) doelt op den geweldigen dood, aan welken de vervolgers Hem dachten op te offeren..