15. Dat zij, de zonde zijner vaderen en voorvaderen, gedurig voor den HEERE zijn a), en Hij roeie hun, der nakomelingen, gedachtenis uit van de aarde (zie ten opzichte van Achitofel de op
1 Kronieken 11:36).
a) Job 18:17. Psalm 34:17.
"Gedenken, gedachtenis" betekent in de Schrift niet, dat men aan iemand denkt, anders zouden Judas, Pilatus en Herodes steeds in gedachtenis zijn; maar dat men hen roemt en prijst, dat een goede naam van hen uitgaat..
De gedachtenis uitroeien betekent niet, dat iemands naam niet meer zou genoemd worden, want de namen der goddelozen worden vaak veelvuldiger genoemd, dan die der godvruchtigen, maar dat hun namen niet met lof genoemd en geprezen zullen worden, dat zij niet in zegening blijven, maar tot een vervloeking zullen zijn..