1. En toen het Lam (
Hoofdstuk 5:6) het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in de hemel over van een half uur.
Door hetgeen de opening van de zes zegels in Hoofdstuk 6 heeft teweeg gebracht zijn zij, die zeggen, dat zij Joden zijn en zijn het niet, maar zijn een synagoge van de satan, uit de weg geruimd. Hun aanmatiging, waarin zij zich nog altijd voor kinderen van het koninkrijk hielden en de gelovigen van Jezus Christus de erfenis van deze eretitel betwistten, is door hun verwerping ten enenmale vernietigd en de opening van het zevende zegel, die nu volgt, maakt het laatste slot van het boek open, zodat dit zich wat zijn inhoud aangaat kan ontvouwen, of met andere woorden de eigenlijke geschiedkundige ontwikkeling van de zaken, zoals die van de Kerk te wachten staan, volvoerd kan worden. Daar houdt in de hemel, waar tot hiertoe steeds zo luid werd gesproken (Hoofdstuk 4:8-11; 5:8-14; 7:11 v. alles als de adem in, in verwachting van hetgeen komen zal. Dit zwijgen is dat stil zijn voor de Heere, zoals het in Habakuk 2:20 Zefanja 1:7 Zacharia 2:13 wordt geëist. Het moet echter ook nog een andere betekenis hebben, omdat de duur ervan bepaald wordt. Het moet zelf reeds een deel van de inhoud van het boek zijn en gebeurtenissen of toestanden voorstellen, die hun bepaalde tijd hebben. Wij kunnen nu ook niet verder in het onzekere zijn, die gebeurtenissen of toestanden hierdoor aanschouwelijk moeten worden gemaakt, als wij op de toenmalige toestand van de Christelijke Kerk zien, waarvan toch zonder twijfel de inhoud van het boek uitgaat. Het was een tijd van lijden en vervolgingen door de Romeinse keizers van de allerzwaarste aard. Deze waren begonnen, toen Johannes de gezichten van de Openbaring ntving en werden dadelijk met de dood van Nero afgebroken en troffen onder Domitianus slechts enkelen. Onder Trajanus werd toch zelfs een bepaalde wet tegen de Christenen uitgevaardigd, die de tot hiertoe bedwongen woede van hun vijanden losmaakte en hen aan alle willekeur en wreedheid blootstelde, tot eerst onder Gallienus (sinds 259) de Kerk als een wettig lichaam werd erkend. Met het jaar 303 brak vervolgens onder Diocletianus de storm van de vervolging opnieuw los en woedde zeven jaren lang op de bloedigste en ontzettendste wijze, om pas langzamerhand te verminderen. In Hoofdstuk 1:9 heeft Johannes zich aan de gemeenten in Azië, waaraan hij zijn boek richt; voorgesteld als hun broeder, alsmede als hun medegenoot in die verdrukking en in het koninkrijk en in de lijdzaamheid van Jezus Christus. Het latere deelhebben aan het koninkrijk heeft hij als het doel van hun hoop hun zo-even is het gezicht van Hoofdstuk 7:9-17 diep in de ziel geprent, maar de weg door vele verdrukkingen, die hen daarheen moet leiden (Hoofdstuk 7:14. Handelingen 14:22) hebben zij reeds betreden en die zal hun daarna (Vers 7) in het gericht van de eerste bazuin nog op ontzettende wijze voor ogen worden gesteld. Nu is hun het zwijgen in de hemel een zeer duidelijk beeld van de lijdzaamheid van Jezus Christus (Mattheus 27:2, 1 Petrus 2:21, waarmee zij de weg verder moeten gaan, om het doel niet te missen. Als er echter sprake is van de wapenen, waarmee zij de strijd moeten strijden en tot een gelukkig einde brengen, dan toont het eerstvolgende gericht (Vers 2-4), waarom deze wapenen zo machtig zijn voor God (2 Corinthiërs 10:4). "Als de heiligen daar en hier, de grote met de kleine engelen, mensen zich allen in begeerte verenigen en er gaat één gebed van die allen uit, hoe moet dat klinken! O die niet erkende macht van het bidden van de heiligen! zonder dat wordt niets volbracht in vreugde en nood; stap voor stap werkt het mee zowel tot de overwinning van de vrienden, als tot het einde van de vijanden. " Wat de uitdrukking "een half uur" aangaat, het uur in bijbelse zin betekent een tijd van beslissing (Psalm 102:14 Mattheus 24:36 16:21; 17:1), vooral ook een tijd, dat aan de duisternis macht is gegeven, om het rijk van God op dood en leven te bestrijden, en het nu daarmee tot een crisis komt, of het onder het rijk van de duisternis zal bezwijken of zich zegevierend er boven zal verheffen (Lukas 22:53). Nu is hier zodanig uur de hele tijd van de Romeinse keizers van Nero tot Diocletianus, waarin de vervolgingen van de Christenen plaats hadden; maar deze tijd is slechts voor omstreeks de helft met eigenlijke vervolgingen gevuld, zodat het "halve uur" tot zijn volle recht komt. Stil zijn en hopen was onder deze vervolgingen de sterkte van de Christenen (Jesaja 30:15); en de hemel hield als het ware de adem in, in gespannen verwachting, welk einde de strijd tussen het rijk van de duisternis en het rijk van Christus zou hebben, terwijl het laatste volstrekt geen menselijke hulp had, maar alleen als wapen kon tonen de lijdzaamheid van de heiligen. Bleef die lijdzaamheid onbedwingbaar, dan was voor het rijk van Christus de overwinning verzekerd en dat die bleef en niet enigermate werd gestoord, daarop doelt het stilzwijgen in de hemel onder het stille gebed van hen, die reeds voleindigd hebben. Geheel verkeerd is het echter, als vele uitleggers het zwijgen van een half uur opvatten als een beeld van de verhevene, onuitsprekelijk zalige rust, die dan zal zijn, als de wegen van God met de wereld-ontwikkeling tot het doel zijn gekomen en Zijn hoge raad in de gedachten van de eeuwige vrede verwezenlijkt heeft; want daarvan is hier nog lang geen sprake.
De meeste uitleggers zijn van gevoelen, dat dit stilzwijgen in de hemel van een half uur een zinspeling is op de wijze van de tempeldienst, wanneer, terwijl de priester reukwerk offerde in het heilige, het hele volk buiten bad in stilte of bij zichzelf (Lukas 1:10). Op de dag van de verzoening werd de hele dienst verricht door de hogepriester, waarop bijzondere dienst de Ridder Newton de zinspeling meent te zijn. Het was de gewoonte op andere dagen vuur van het grote altaar te nemen, in een zilveren wierookvat, maar op die dag (van de verzoening) dat de hogepriester vuur nam van het grote altaar, in een gouden wierookvat; en wanneer hij van het grote altaar was afgekomen, wierook te nemen van een van de priesters, die het hem aanbracht en daarmee te gaan naar het gouden altaar; en terwijl hij offerde, bad het volk buiten in stilte, die het stilzwijgen is in de hemel van een half uur
Dat is een stilte van spreken en van geluid van andere stemmen, die te voren gehoord waren.
Toen Hij, de Heere Jezus, het Lam, dat het verzegeld boek had genomen uit de rechterhand van degenen, die op de troon zat, het zevende zegel geopend had, kwam er een hele verandering in de Kerk, na die hevige stormen kwam er een verkwikkende kalmte, die ten tijde van Constantijn de Grote gekomen is. Dat het half uur stilzwijgen, die tijd te kennen geeft, blijkt: 1. Omdat het komt na de vervolgingen van de heidense keizers en vóór de opkomst van de antichrist; en 2. het gans niet waarschijnlijk is, dat van die grote verandering in de Kerk in de Openbaring iet gesproken zou worden en nergens wordt daarvan gesproken dan hier. 4. Uit de Openbaring oofdstuk 12, waar Constantijn de Grote, de mannelijke zoon, vertoond wordt, in wiens tijd de Kerk triomfeerde, na de strijd tegen de heidenen, zoals wij daar zullen aanwijzen. 5. Uit de geschiedenis van de tijden en zo uit de uitkomst van de zaken; want in Constantijns dagen werden de plakkaten tegen de Christenen vernietigd. Alle vervolgingen tegen hen werden verboden. De Christenen werden tot allerlei ambten, hoge en lage bevorderd. Kerken werden in menigte gebouwd. De vergaderingen werden vrij en openbaar gehouden, zonder vrees. En de heidense afgodstempels werden of omgeworpen of gesloten en de afgodsdienst werd verboden en voor een groot gedeelte uitgeroeid. Maar het duurde niet lang, maar een half uur, een bepaald getal wordt genoemd en een onbepaald getal verstaan, het is een korte tijd te zeggen, want in de vrede van de Kerk van buiten groeien allerlei ketterijen van binnen en onder deze die van de goddeloze Arius, wiens ketterij schielijk de overhand nam en tegelijk bloedig was, want men doodde de belijders van de waarheid met geen mindere bitterheid dan de heidenen gedaan hadden, niet alleen in het bijzonder, maar ook door openbare macht; want Constantius, een zoon van Constantijn, die het Oosterse gedeelte van het keizerrijk gekregen had, verviel tot de Arianerij en vervolgde de ware belijders hevig; zoals na hem keizer Julianus de afvallige, die het Heidendom weer invoerde; na hem kreeg de Kerk weer enige stilte, onder Theodosius, met wiens dood de vrede van de Kerk ook stierf. Hierop kwam de inval van de Gothen, Vandalen en Longobarden in Italië, alles verwoestend en alles in verwarring brengend.
Door deze stilte worden de toehoorders vermaand om naarstig te luisteren en op te merken. Want die stilte brengt een verwondering en verwachting van de grote dingen mee. Salomo zegt (Spreuken 9): "De woorden van de wijzen worden in een stilte gehoord. " Bij het uitspreken of verkondigen van belangrijke zaken pleegt men te roepen: zwijg, luister. En het zijn voorwaar, woorden van grote waarde, die hier volgen.