3. En er kwam een andere, een gewone engel en stond aan het altaar, in de voorhof van de priesters (
Hoofdstuk 6:9), hebbende een gouden wierookvat, dat hij juist op het punt was met kolen van het brandofferaltaar te vullen (
Leviticus 16:12); en hem werd, toen hij dat had gedaan, veel reukwerk gegeven, opdat hij het aan de kolen op het wierookvat zou aansteken en met a) de gebeden van alle heiligen op aarde zou leggen op het gouden altaar, dat voor de troon is, die achter het voorhangsel in het Allerheiligen zich bevindt. Hij moest die menselijke gebeden in de rook, die alle krachten van menselijke zwakheid onderdrukt en daarentegen de gebedskracht versterkt, zinnebeeldig voor God brengen, door in het heilige in te gaan en het wierookvat voor de troon te plaatsen (
Lukas 1:9 v.).
a) Openbaring :8 4. a) En de rook van het reukwerk nu werkelijk op het reukofferaltaar gelegd, met de gebeden van de heiligen, de rook van het reukwerk, dat bij dit gebed werd aangebracht, ging op van de hand van de engel, die dat wierookvat vast hield, voor God.
a) Psalm 141:2
Men heeft de heldenmoed, waarmee de Christenen uit de tijd van de vervolging van Rome, waaronder vaak juist de lichamelijk zwakste vaten, als grijsaards, vrouwen en kinderen, die de ontzettendste martelingen leden zonder in hun belijdenis van Christus te wankelen, een bijna bovenmenselijke genoemd. Men heeft het nauwelijks kunnen begrijpen, hoe zuiver het wereld overwinnend geloof zich toen wist te houden, deels van dweepachtige overspanning, deels van afwijking van het zedelijk oordeel, die door de omstandigheden zo voor de hand lagen. Hier wordt ons nu de sleutel gegeven tot juist begrip van hetgeen de Heere tot Petrus zegt: "Zie, de Satan heeft u zeer begeerd te ziften als de tarwe, maar ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoudt; " zo zijn ook de heiligen van die tijd niet in de verzoeking ingeleid, zonder dat van de hemel hun strijd met de verzoeking van te voren geheiligd en bij hun gebed veel reukwerk daarboven was gevoegd; anders zou de kerkgeschiedenis zeker niet zo'n reeks van beelden kunnen aanwijzen met het onderschrift:
Zie deez' martelarenstoet Van de reinste liefde gloeiend, De aarde met hun bloed besproeiend! Zo'n God geheiligd werk Is de satan zelfs te sterk.
Is het meer dan een wijze van spreken, als men aan de vervolging van de Christenen, die bij alle andere martelingen zelfs nog voegden, dat bij mannen de schaamdelen met gloeiend lood werden uitgebrand, vrouwen en maagden aan het schenden door het laagste gemeen werden prijsgegeven, een satanische boosheid toeschrijft, zo ziet men dat hier de vorst, die in de lucht heerst, zijn werk verrichtte in de kinderen van het ongeloof. Moest dan ook niet als tegenpartij de hemel met zijn goede machten zich over de Christenen ontfermen en de krachten van de toekomende eeuw hun worden verleend! Hoe meer echter de vervolgden en gepijnigden zich onthielden van het wraakgeroep over hun pijnigers en vervolgers en zich de lijdzaamheid van Christus tot hun voorbeeld stelden, des te meer lieten ook de hemelse machten zich er aan gelegen liggen, om op haar tijd de wraak, die niet mocht uitblijven, te volvoeren. Daarover handelen de volgende gerichten.
De engel vertoont de Heere Jezus in Zijn hogepriesterlijke bediening, door de kracht van voldoening door Zijn bloed en bidden voor Zijn volk en tegen Zijn vijanden. Dit wordt vertoond door de voorbeelden van Hem in het Oude Testament. In de hemel waren priesters, die op het gouden reukaltaar reukwerk aanstaken, dat de voorbede van de Heere Jezus afschaduwde. Aan de Hogepriester Jezus werd reukwerk gegeven. De Vader heeft Hem tot een Middelaar gegeven en Hem begaafd met alles, wat tot uitvoering van dat grote werk nodig was; en na Zijn dood en opstanding is Hem gegeven alle macht en heerlijkheid en Hij heeft gaven ontvangen om die onder de mensen uit te delen. Dit reukwerk, de kracht van Zijn offerande, waardoor Hij aangenaam is bij Zijn Vader, vertoont Hij aan God tot verzoening van Zijn uitverkorenen en bidt voor hen; Hij maakt hen, hun doen en hun gebeden, die door het geloof in Hem gedaan worden, aangenaam bij God. De Heere Jezus, zo toegerust, gebruikt Zijn bekwaamheden en ten goede van Zijn kerk en ten kwade van haar vijanden.
Hier wordt verondersteld, dat de tijd van verdrukking een tijd van bidden is; dan bidden al de heiligen. Wij kunnen in geen verzoeking bestand zijn zonder bidden. Dat hier gezegd wordt dat alle heiligen bidden, toont aan, dat zij, die niet bidden, die naam niet waardig zijn; er is geen heilige of hij is een biddend heilige, inzonderheid in zo'n tijd (Psalm 33:6) en het wordt als een kenmerk van de atheïst opgegeven (Psalm 14:4), dat hij de Heere niet aanroept. In alle gebeden van alle heiligen is echter geen kracht zonder de voorbidding van Christus. Zij worden door Hem geofferd en de gelovigen leggen hun offeranden voor Hem neer; door Hem gaan wij tot God (Hebreeën 7:25; 13:15). Hij is onze Hogepriester, die alleen in het heilige der heiligen kan ingaan en door van wie wij alleen de toegang tot God hebben, geen geboden, zoals die door ons worden geofferd, zijn er, die voor God aangenaam zijn, maar, gesteld in Zijn hand en gelegd in Zijn wierookvat, zijn ze voor God aangenaam. Er zijn gebreken in de gebeden van de heiligen; de allerheiligste wordt schuldig gevonden, waarom hij een Middelaar nodig heeft. Maar Christus offert ook de gebeden van al de heiligen en maakt ze welriekend. Er zijn geen gebeden van de heiligen, die Hij afslaat of weigert, hetzij ze zwak of sterk zijn, of zij flauw of ernstig zijn, of er minder of meer leven en geest in is, of zij korter of langer, welgeschikt of verward zijn, als zij maar van heiligen voortkomen, in het Woord geboden, op de beloften gegrond en in Zijn naam opgezonden zijn, alle worden ze in een wierookvat gelegd, alle gaan ze als een rook van het reukwerk op, en door Hem worden ze bij God aangenaam.
De rook van het reukwerk ging op, als een bewijs, dat die offerande voor de Heere aangenaam was en de gebeden van de heiligen door Christus en om Christus hem behagen en Zijn verhoring tot hun verlossing ontvangen zullen.