Openbaring 8:1-6
In deze verzen hebben wij het voorspel van het blazen der zeven bazuinen in verschillende gedeelten.
I. De opening van het laatste zegel. Dat was de inleiding van een nieuwe groep profetische voorstellingen en gebeurtenissen. Er is een onafgebroken keten van voorzienigheid, de ene schakel haakt in den anderen, waar de ene eindigt vangt de tweede aan, en ofschoon zij in aard en tijd mogen verschillen, maken zij alle tezamen een wijs, onverdeeld en zich zelven gelijk-blijvend voornemen Gods uit.
II. Een diepe stilte in den hemel, van omtrent een half uur. Dat kan betekenen:
1. Een stilzwijgen van vrede, dat er op dat ogenblik geen klachten opgezonden werden tot de oren van de Heere Zebaoth: dat alles in de gemeente rustig en goed was, en dat daarom alles in den hemel zweeg, want wanneer de kerk op aarde schreeuwt van wege de onderdrukking, dan komt die roep ten hemel op en weerklinkt daar. Ook kan het voorstellen:
2. Een stilzwijgen van verwachting, grote dingen zou de Voorzienigheid doen plaatsgrijpen, en de gemeente Gods, zo in den hemel als op aarde, stond zwijgend, zoals haar betaamde, om te zien wat God doen zou, overeenkomstig Zacheria 2:13 :Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des Heeren! Want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning! En daarom: Laat af, en weet dat Ik God ben!
III. De bazuinen werden gegeven aan de engelen, die ze blazen moesten. Steeds worden de engelen gebruikt als de wijze en gewillige werktuigen der Goddelijke Voorzienigheid, en zij worden met al wat zij voor hun dienst nodig hebben en weten moeten voorzien door God onzen Zaligmaker. Gelijk de engelen van de gemeente de bazuin des Evangelies moeten blazen, zo moeten de engelen des hemels de bazuinen van Gods voorzienigheid blazen, en ieder hunner ontvangt daarvan zijn deel.
IV. Tot voorbereiding daarvan moet eerst een andere engel reukwerk offeren, vers 3. Zeer waarschijnlijk is die andere engel de Heere Jezus, de hogepriester der gemeente, die hier beschreven is in Zijn priesterlijke bediening, hebbende een gouden wierookvat en veel reukwerks, een volheid van verdiensten in Zijn eigen heerlijken persoon. En dit reukwerk zou Hij offeren met de gebeden aller heiligen op het gouden altaar van Zijn goddelijke natuur.
1. Alle heiligen zijn een biddend volk, geen van Gods kinderen is stom geboren, de Geest van genade is altijd een Geest van aanneming tot kinderen en een Geest des gebeds, die ons leert roepen: Abba, Vader! Hierom zal U ieder heilige aanbidden in vindenstijd, Psalm 32:6.
2. Tijden van gevaar moeten tijden van gebed zijn, en ook tijden van grote verwachting, zowel ons vrezen als ons hopen moet ons tot bidden aansporen, en wanneer er grote belangen van Gods gemeente op het spel staan, moeten de harten van Gods volk zich des te meer verdiepen in gebed.
3. De gebeden der heiligen hebben behoefte aan den wierook en de tussenkomst van Christus, om ze aangenaam en vruchtdragend te maken, en Christus heeft met dat doel voorziening getroffen, Hij heeft Zijn reukwerk, Zijn wierookvat, Zijn altaar, Hij zelf is alles voor Zijn volk. 4. De gebeden van alle heiligen komen op tot God in een wolk van reukwerk, aan geen gebed, dat zo werd aangeboden, is ooit toegang of verhoring geweigerd.
5. Deze gebeden, die op deze wijze in den hemel aangeboden en aangenomen werden, veroorzaakten grote veranderingen op de aarde. Dezelfde engel, die in zijn wierookvat de gebeden der heiligen offerde, vulde het wierookvat met het vuur des altaars en wierp het op de aarde, en dat veroorzaakte onmiddellijk de grootste beweging. Stormen, donderslagen, bliksemen en aardbeving waren de antwoorden, die God op de gebeden der heiligen gaf, en de tekenen van Zijn toorn tegen de wereld, en dat Hij grote dingen zou doen om zich zelven en al Zijn volk te wreken op de vijanden. En nadat alle dingen dus voorbereid waren, vervulden de engelen hun plicht.