Openbaring 11:14-19
Wij hebben hier het blazen van de zevende of laatste bazuin, hetwelk aangekondigd wordt door de gewone waarschuwing en aanmaning tot oplettendheid: Het tweede wee is weggegaan, ziet, het derde wee komt haast! vers 14. En de zevende engel heeft gebazuind. Dit was enigen tijd uitgesteld, tot de apostel zich had eigen gemaakt met sommige tussenkomende gebeurtenissen van zeer groot belang en die zijn waarneming en opmerkzaamheid ten volle waardig waren. Maar nu hoorde hij wat hij reeds vroeger verwacht had: het blazen van de zevende bazuin. Laat ons thans de uitwerkingen en gevolgen van deze bazuin beschouwen.
I. Er volgden grote en blijde toejuichingen van de heiligen en de engelen in den hemel. Merk op:
1. De wijze van hun aanbidding, zij stonden op van hun zetels en vielen op hun aangezichten en aanbaden God. Zij deden dit met nederigheid en eerbied.
2. De inhoud van hun aanbidding.
A. Vol dank erkennen zij het recht van onzen God en Zaligmaker om de wereld te besturen en te regeren. De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijnen Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid, vers 15. Die koninkrijken waren dat reeds in beginsel, zo krachtens de schepping als door de verlossing.
B. Vol dank erkennen zij dat God nu inderdaad er bezit van genomen heeft en er over regeert, zij brengen Hem dank omdat Hij Zijn grote sterkte aangenomen heeft, Zijn rechten gehandhaafd, Zijn macht uitgeoefend, en daardoor zich in het volle bezit gesteld heeft.
C. Zij verheugen er zich over, dat Zijne heerschappij nooit eindigen zal. Hij zal heersen in alle eeuwigheid, totdat al Zijn vijanden onder Zijne voeten gelegd zijn en niemand zal den scepter aan Zijne hand ontwringen.
II. Er waren toornige tegenwerkingen in de wereld tegen deze rechtvaardige openbaringen en handelingen van Gods macht, vers 18. De volken waren toornig geworden, zij waren het niet slechts geweest, maar bleven het, hun harten stonden op tegen God, Zijn toorn gingen zij tegen met hun eigen toorn. Het was een tijd, waarin God rechtvaardige wraak nam op de vijanden van Zijn volk, verdrukking vergeldende aan degenen, die hen verdrukt hadden. Het was een tijd, waarin Hij begonnen was met het belonen van het lijden en de diensten van Zijn getrouwe dienstknechten, en dat konden de vijanden niet verdragen, zij spanden tegen God samen en verzwaarden daardoor hun schuld en verhaastten hun verderf
III. Een ander gevolg daarvan is de opening van den tempel Gods in den hemel. Daardoor kan bedoeld worden dat er nu vrijer gemeenschap tussen hemel en aarde gekomen is, dat gebed en dankzegging thans vrijer en geregelder opstijgen en genaden en zegeningen overvloedig afdalen. Maar het schijnt veeleer te zien op de gemeente Gods op aarde, den hemelsen tempel. Het is een heen wijzing naar den verschillenden toestand van zaken in de tijden van den eersten tempel. Onder afgodische en goddeloze vorsten was die tempel gesloten en verwaarloosd, maar onder godvrezende koningen, die hervormingen invoerden werd hij geopend en veel bezocht. Merk op hetgeen bij de opening geschiedde:
1. Wat daar gezien werd: de ark van Gods verbond. Deze stond in het heilige der heiligen en in deze ark werden de tafelen der wet bewaard. Gelijk voor Josia's tijd de wet van God verloren geraakt was maar teruggevonden werd, zo werd onder de regering van den antichrist Gods wet terzijde gelegd en krachteloos gemaakt door hun overleveringen en besluiten, de Schrift werd voor het volk dichtgesloten, dat mocht deze goddelijke uitspraken niet inzien, doch nu werden zij geopend en onder de ogen van allen gebracht. Dat was een onuitsprekelijk en onwaardeerbaar voorrecht, en het was, gelijk de ark des Ouden Verbonds, een teken dat de tegenwoordigheid Gods bij Zijn volk terugkeerde, en Zijn gunst jegens hen in de verzoening door Jezus Christus opnieuw geopenbaard werd.
2. Wat daarbij werd gehoord en gevoeld.
Bliksemen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel. De grote zegeningen van de Hervorming gingen vergezeld van zeer ontzagwekkende gebeurtenissen, vreeslijke dingen antwoordde God in gerechtigheid op de gebeden, die in Zijn, nu geopenden, heiligen tempel opgezonden werden. Al de grote omwentelingen op aarde worden in den hemel begeleid, en zijn antwoorden op de gebeden der heiligen.