Genesis 5:6-20
I. Wij hebben hier alles wet de Heilige Geest geschikt oordeelde om te worden vermeld betreffende vijf van de patriarchen vóór de zondvloed, Seth, Enos, Kenan, Mahalaleel en Jered. Er is van geen hunner iets in het bijzonder op te merken, hoewel wij reden hebben te denken, dat zij mannen waren, die in hun tijd hebben uitgemunt in wijsheid en Godsvrucht. Maar in het algemeen kunnen wij opmerken, hoe uitvoerig en uitdrukkelijk hun geslachten vermeld worden. Men zou zo denken, dat dit alles in minder woorden beschreven had kunnen worden, maar het is zeker, dat, wat er ook in der mensen boeken gevonden moge worden, in Gods boeken geen enkel ijdel woord is. Het wordt zo duidelijk beschreven:
1. Om het ook voor mensen met het geringste bevattingsvermogen begrijpelijk te maken. Als ons wordt meegedeeld hoe oud zij waren, toen zij deze of die zoon gewonnen, en hoe vele jaren zij daarna nog geleefd hebben, dan is er al heel weinig rekenkunst nodig om iemand te zeggen, hoe oud zij in het geheel geworden zijn, en toch vermeldt de Heilige Geest ook nog de som totaal, om de wille van hen, die ook in dat weinigje rekenkunst niet bedreven zijn.
2. Om het welbehagen te tonen, dat God heeft in de namen Zijns volks. Kains geslacht vonden wij als in der haast geteld, Hoofdstuk 4:18, maar het bericht omtrent het heilig zaad is uitvoerig, wordt in woorden, niet in cijfers opgegeven. Er wordt ons gezegd hoe lang zij leefden, die in Gods vreze geleefd hebben, en wanneer zij stierven, die in Zijn gunst zijn gestorven, maar voor anderen doet dit er niet toe. De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot. zegening zijn, maar de naam van de goddelozen zal verrotten.
II. Hun leven wordt berekend naar dagen vers 8, al de dagen van Seth, en zo ook van de overigen, hetgeen de kortheid aanduidt van het mensenleven, zelfs als het op zijn langst is, en de snelle omwenteling van onze tijden op aarde. Indien hun leven bij dagen gerekend werd, dan voorwaar moet het onze bij uren gerekend worden, of liever: wij moeten dikwijls het gebed van de psalmist bidden, Psalm 90:12 :"Leer ons alzo onze dagen tellen."
III. Behalve van Henoch wordt van ieder hunner gezegd: en hij stierf. In de opgave van het getal van de jaren van hun leven ligt opgesloten, dat hun leven, toen die jaren geteld en voleindigd waren, tot een einde kwam en toch wordt het steeds herhaald: en hij stierf, om te tonen dat over alle mensen de dood heengaat, en dat het goed voor ons is om te letten op de dood van anderen en er ons voordeel mee te doen tot onze stichting. Die en die was een krachtig, gezond man, maar hij stierf. Die en die was een groot en rijk man, maar hij stierf, deze andere was een wijs staatsman, maar hij stierf, deze was een zeer goed man maar hij stierf, misschien wel een zeer nuttig man, maar hij stierf, en zo verder.
IV. Hetgeen bijzonder opmerkelijk is, is, dat zij allen zeer lang geleefd hebben, niet een hunner stierf, voordat hij de wentelingen van bijna negen honderd jaren gezien had, en sommigen van hen leefden nog veel langer, een zeer lange tijd voor een onsterfelijke ziel om in het lemen huis gevangen te zijn. Het aardse leven was voor hen stellig niet zo'n last als het, over het algemeen genomen nu is, anders zouden zij het moede zijn geworden, ook was het toekomende leven toen nog niet zo helder en duidelijk geopenbaard, als het thans is onder het Evangelie, anders zouden zij ongeduldig geweest zijn, om er in over te gaan. Het lange leven was voor de patriarchen een zegen, en het stelde hen tot een zegen. 1. Er kunnen enige natuurlijke oorzaken aangeduid worden voor de lange duur van het leven in dit eerste tijdperk van de wereld. Zeer waarschijnlijk was de aarde toen meer vruchtbaar, de voortbrengselen er van meer versterkend, de lucht meer gezond, en de invloeden van de hemellichamen meer heilzaam voor de zondvloed dan daarna. De mens was wel verdreven uit het paradijs maar de aarde was toen nog paradijsachtig, een hof, in vergelijking met haar tegenwoordige verwilderde toestand, en sommigen denken, dat hun grote kennis van de schepselen en van hun nuttigheid zowel voor voedsel als voor medicijn, en daarbij ook hun soberheid en matigheid, daar zeer veel toe bijgedragen hebben. Toch bevinden wij niet, dat degenen die onmatig waren, zoals velen geweest zijn, Lukas 17:27, zo kort van leven waren, als onmatige mensen tegenwoordig zijn.
2. In de voornaamste plaats moet dit echter toegeschreven worden aan de macht en de voorzienigheid Gods. Hij heeft hun leven verlengd, opdat de aarde zoveel sneller vervuld zou worden, en opdat de kennis van God en Godsdienst bewaard zou blijven toen er nog geen geschreven Woord was, maar alleen de overlevering het kanaal was, door hetwelk die kennis tot de opvolgende geslachten is gekomen. Al de patriarchen hier, behalve Noach werden geboren, voordat Adam is gestorven zodat zij van hem een volledig en voldoend bericht konden krijgen van de schepping, het paradijs, de val, de belofte, en die Goddelijke voorschriften, welke de Godsdienstige aanbidding en een Godsdienstig leven betreffen. En zo er een vergissing of dwaling ontstond, dan konden zij, zolang hij leefde, zich tot hem wenden als tot een godsspraak, om die vergissing of dwaling te herstellen, en na zijn dood, tot Methusalah en anderen, die met hem omgegaan hadden. zo groot was de zorg van de almachtige God om in Zijn kerk de kennis te bewaren van Zijn wil en de zuiverheid van Zijn aanbidding.