3. En hij leverde hen in bewaring in het huis van Pótifar, de overste van de lijfwacht 1) (
Hoofdstuk 37:36;
39:1) in het gevangenhuis, ter plaatse waar de gevangenen van de koning zaten, en ook Jozef gevangen was. (
Hoofdstuk 39:20).
1) Deze mededeling verklaart, waarom Pótifar Jozef in de staatsgevangenis kon opsluiten. Deze was aan zijn huis verbonden. De gevangenbewaarder zal dan ook wel iets geweten hebben van het hartstochtelijk karakter van Pótifars vrouw en gemeend, dat de gevangenzetting van Jozef alleen door de overste van de lijfwachten was gedaan om de eer van zijn huis voor de wereld te redden.. 4. En Pótifar, de overste van de trawanten bestelde 1) Jozef, aan wiens schuld hij waarschijnlijk nooit volkomen geloof geslagen had, bij hen, hij gaf aan Jozef last, dat hij hen, die voorname staatsdienaars, diende, en zij waren sommige dagen in bewaring.
1) In het Hebreeuws Pakad "Benoemde, taakhebber, de bedoeling was, dat, daar het voorname mannen waren, de onderopzichter aangewezen werd om hen te bedienen. Hoe is hier de leiding van de Goddelijke Voorzienigheid merkbaar! Was dat ambt aan een ander opgedragen, dan was Jozef niet straks bij hen gekomen, om hun de dromen uit te leggen. Als gewoon opzichter had hij dan eenvoudig de ronde gedaan, maar nu hij tot hun bediende was aangesteld, kwam hij veel nauwer met hen in aanraking.