Genesis 39:13-18
Nadat Jozefs meesteres, tevergeefs beproefd heeft hem tot een misdadiger te maken, poogt ze nu hem als zodanig voor te stellen, ten einde zich aldus op hem wegens zijn deugd te wreken. Nu was haar liefde in de uiterste woede en boosaardigheid verkeerd, en zij geeft voor het gezicht niet te kunnen verdragen van hem die zij kort tevoren niet buiten haar gezicht kon laten blijven. Kuise en heilige liefde is blijvend, al wordt zij ook veronachtzaamd, maar zondige liefde, zoals die van Amnon voor Thamar, zal heel licht in zondige haat verkeren.
1. Zij beschuldigde hem bij zijn mededienstknechten, vers 13-15, en gaf hem een slechte naam onder hen. Waarschijnlijk benijdden zij hem om de gunst, die hij bij zijn meester genoot, en zijn gezag in huis, en misschien achtten zij zich soms benadeeld door zijn getrouwheid, die hun belette te stelen, daarom waren zij verheugd iets van hem te horen, dat hem in ongenade kon brengen, en-zo het mogelijk was-hebben zij hun meesteres nog meer tegen hem opgezet. Let er op dat zij als zij van haar echtgenoot spreekt, hem niet mijn man, of mijn heer noemt, maar hem slechts aanduidt door hij, want zij had het verbond Gods vergeten, dat tussen hen was. Zo noemt de overspeelster, Spreuken 7:19, haar echtgenoot "de man." De onschuld zelf kan iemands goede naam niet bewaren. Niet ieder die een goed geweten bewaart, kan zijn goede naam bewaren.
2. Zij beschuldigt hem bij zijn meester, die de macht had hem te straffen, die zijn mededienstknechten niet hadden, vers 17, 18.
Merk op:
A. Welk een onwaarschijnlijk verhaal zij doet, zijn kleed voorbrengende, als een bewijs dat hij geweld met haar wilde plegen, terwijl dit toch een duidelijke aanwijzing was, dat zij geweld had gepleegd met hem. Zij, die de banden van de zedigheid hebben verbroken, zullen nooit door de banden van de waarheid worden gehouden. Geen wonder dat zij, die onbeschaamd genoeg was om te zeggen: Lig bij mij, vermetel genoeg was om te zeggen: "Hij is bij mij gekomen om bij mij te liggen." Had zij de leugen gezegd om haar eigen misdaad te verbergen, het zou al erg genoeg zijn geweest, doch zij heeft die leugen gezegd om zich op zijn deugd te wreken, en zo was het een uiterst boosaardige leugen. En toch:
B. Weet zij het zover te brengen, dat zij haar man in toorn tegen hem doet ontsteken, daar zij hem haar afkeuring er van te kennen geeft, dat hij deze Hebreeuwse knecht onder hen had gebracht, misschien in het eerst wel tegen haar zin, omdat hij een Hebreër was. Het is niets nieuws, dat de beste mensen valselijk beschuldigd worden van de zwaarste misdaden door hen die zelf de ergste misdadigers zijn. Zoals de zaak hier werd voorgesteld, zou men de kuise Jozef voor een zeer slecht man moeten houden, en zijn onzedelijke meesteres voor een deugdzame vrouw. Het is goed dat er een dag komt van ontdekking, waarin allen in hun waar karakter openbaar zullen worden. Dit was niet de eerste maal, dat van Jozefs rok gebruik werd gemaakt als een valse getuige omtrent hem, tevoren werd zijn vader er door bedrogen, en nu zijn meester.