Genesis 23:1-2
Wij hebben hier:
1. Sara's ouderdom, vers 1. Bijna veertig jaar tevoren had zij zich oud genoemd, Hoofdstuk 18:12. Oude mensen zullen er niet des te spoediger om sterven door zich oud te achten, maar kunnen er des te beter om sterven.
2. Haar dood, vers 2. Die het langst leeft, sterft toch ten laatste. Abraham en Sara hadden veel jaren aangenaam tezamen geleefd, maar de dood scheidt hen, die door niets anders gescheiden kunnen worden. De bijzondere vrienden en gunstgenoten des hemels zijn niet gevrijwaard van de dood. Zij stierf in het land Kanaän, waarin zij meer dan zestig jaar als vreemdelinge heeft verkeerd.
3:Abrahams rouw over haar, en hij was een wezenlijk rouwbedrijvende. Hij heeft niet maar de plechtigheden van het rouwbedrijf waargenomen overeenkomstig de gewoonte van die tijd, zoals de rouwbedrijvenden, die door de straten gaan, maar hij heeft oprecht het verlies betreurd van een goede huisvrouw, en hij heeft het bewijs gegeven van zijn standvastige liefde voor haar tot het laatste toe. Er worden hier twee woorden gebruikt: hij kwam om Sara te beklagen en haar te bewenen. Zijn droefheid was niet geveinsd, maar oprecht. Hij kwam in haar tent en zat neer bij het lijk, om er de schattingen van zijn tranen te brengen, opdat zijn oog zijn hart zou aandoen, en des te meer eerbied zou betonen voor de nagedachtenis van haar, die heen was gegaan. Het is niet slechts geoorloofd, maar plicht om te treuren over de dood van onze naaste betrekkingen, beide als onderwerping aan Gods voorzienigheid, die ons aldus roept tot treuren en wenen, en ook tot eer van hen, aan wie deze eer verschuldigd is. Tranen zijn een schatting, die wij aan onze overleden vrienden verschuldigd zijn, als het lichaam gezaaid is, dan moet het bevochtigd worden, maar wij moeten niet treuren als degenen, die geen hoop hebben, want wij hebben een goede hoop door genade, zowel betreffende hen als betreffende onszelf.