35. En gij zult een reukwerk van een zalf 1) daaruit maken, naar het werk van de apotheker gemengd, en doe behalve zout, de noodzakelijke bijvoeging bij ieder offer (
Leviticus 2:13 Markus 9:49 ) niets erbij, opdat het rein, met geen andere bestanddelen vermengd, heilig, tot godsdienstig gebruik geschikt zij.
1) De storax is een boom, overeenkomende met de kweeboom die in Syrië, Arabië enz. zelfs in zuidelijk Europa groeit, met eironde, ongeveer 2 duim lange en 1« duim brede bladeren, die 12-20 voet hoog wordt, en vele dunne takken heeft. De sneeuwwitte bloemen zitten in bosjes aan het einde van de takken en geven een zeer aangename reuk, uit deze ontwikkelen zich noten, die twee harde, gladde, scherp smakende pitten bevatten. Vanzelf of door insnijdingen vloeit uit de stam van deze boom een gomachtig, doorzichtig bleek- of bruinrood, zeer aangenaam riekend hars, dat men onder reukwerk en zalf vermengde en ook als artsenij gebruikte. De oniche, ook stacte of duivelsklauw genoemd, is het kalkachtig bedeksel aan de schaal van een soort van mossels, die met de purperslak overeenkomt, en zich in de zeeën van Indië en in Arabische wateren bevindt; afzonderlijk verbrand riekt hij onaangenaam en stinkend, maar met andere reukstoffen vermengd, verliest hij zijn onaangename reuk en dient tot versterking, gelijk prof. Knobel zich daarvan overtuigd heeft, daar hij in een apotheek het boven beschreven reukwerk heeft laten samenstellen; hij vond de reuk sterk, verfrissend en zeer aangenaam. Het galbanum is het hars van een struik, die in Syrië, Arabië en Ethiopië groeit, Ferulo geheten; het wordt evenals de gom van de storax, door insnijden in de bast gewonnen, en verbreidt evenals de oniche, op zichzelf geen aangename reuk, maar versterkt andere geuren en doet deze langer blijven. De wierook is het welriekende hars van een boom, die in Arabië groeit, die echter niemand van de latere reizigers in zijn oorspronkelijke soort gezien heeft. De soort die thans in Arabië gekweekt wordt, is, volgens de verzekering van Niebuhr, een ontaarding, misschien van Indië overgeplant, waar verscheidene gewassen zijn, waaruit gom vloeit. Ook over het winnen van de Arabische wierook heerst bij de natuuronderzoekers nog onzekerheid; de beste en reinste was, die op uitgespreide kleden was gevallen, minder rein, die men van de grond oplas. De wierook van de herfst- was beter dan die van de lente-oplezing..
Dat ook voor het heilig reukwerk vier stoffen voorgeschreven worden, heeft ten dele dezelfde reden, die wij boven voor de bestanddelen van de heilige zalfolie opgaven, Toch ligt hierin ook wel een heenwijzen op de vier bestanddelen van een recht gebed, waarvan de inhoud zowel lof en dank, als bede en voorbede is, of volgens Luthers verklaring bij het tweede gebod: aanroepen, bidden, loven en danken; of volgens 1Timotheus 2:1 smeking, gebed, voorbede en dankzegging..
Deze offerande had bij de anderen geteld kunnen worden, maar omdat slechts de toebereiding van het reukwerk, welke behoort bij het reukaltaar, ja, zijn aanhangsel is, meen ik niet, dat er oorzaak is, waarom ik het zou scheiden. *) Weetgierigen mogen, indien zij willen, de soorten zelf scherpzinnelijk oplossen, mij is het genoeg, dat, deze volgens het oordeel van God zijn gekozen, welke de liefelijkste geur verspreidden. Want, dat sommigen beweren, dat het galban van een onaangename en kwalijk riekende reuk is, of dat het wel geschikt was, weet ik niet. En omdat zij over een onbekende zaak gissingen maken, verdienen zij weinig geloof. Ik stel daarom vast, dat zij van een aangename geur zijn geweest, hetgeen Mozes woorden kort daarop bevestigen, waar hij de doodstraf als vastgesteld aankondigt, opdat niemand voor bijzonder genoegen zodanig reukwerk zou gebruiken. Wat zeker ongerijmd zou geweest zijn te verbieden, indien niet de reuk bijzonder liefelijk was geweest. Voeg er nog bij, dat er geen overeenkomst tussen het teken en de afgebeelde zaak bestaat, indien niet de liefelijke geur getuigde, dat God de gebeden van de Zijnen ten zeerste behagen. Verder, opdat er des te meer eerbied zou zijn voor het heilig teken, mocht het mengsel niet voor eigen gebruik worden aangewend, omdat, daar de mensen ruw en van een dom verstand zijn, niets hun liever is, dan de hemel met de aarde te vermengen. Daarom, opdat zij hun harten des te hoger zouden opheffen, moest het reukwerk van het algemeen gebruik afgezonderd gehouden worden, waardoor een bijzondere heiligheid aan God alleen werd toegekend.
*) Calvijn behandelt deze verzen tegelijk met die over het reukaltaar. ). 36. En gij zult hiervan heel fijn poeder stoten, zoveel als voor enige tijd nodig is, en gij zult daarvan leggen voor de Getuigenis 1) in de tent der samenkomst, waarheen Ik, volgens Mijn toezegging (hoofdstuk 25:22) daar tot u komen zal, terwijl gij op het reukaltaar (hoofdstuk 30:6) dat zich voor de Ark van het Verbond bevindt, dit reukwerk neerlegt; het zal voor u Heiligheid der Heiligheden zijn; 2) door deze bewaarplaats, die Ik (Vers 10) als hoogheilig aanwees, zal het bewaarde zelf hoogheilig zijn en in gebruik voor Mij kunnen komen.
1) Voor de Getuigenis wil hier niet zeggen, in het Allerheiligste, maar in het Heilige op het reukaltaar, dat stond voor de voorhang voor het Heilige der Heiligen..
2) Wanneer het geheiligde reukwerk was verbruikt legde men het overige, dat elders was heengebracht, eveneens op het reukaltaar, opdat ook dit hoogheilig zou worden, voordat het gebruikt werd..