Exodus 30:22-38
Hier worden voorschriften gegeven betreffende de samenstelling van de heilige zalfolie en het reukwerk, dat bij de dienst in de tabernakel gebruikt moest worden. Daarmee moest God worden geëerd, en daarom wilde Hij de bereiding ervan bepalen, want er komt niets tot God dan wat van Hem komt.
1. Hier wordt bevolen de heilige zalfolie te bereiden, met een nauwkeurige opgave van de bestanddelen en de hoeveelheid, die er voor gebruikt moesten worden, vers 23-25 De uitleggers zijn het over deze dingen niet eens onder elkaar. In het algemeen houden wij het voor zeker, dat zij het best en geschiktst waren voor het doel, dit moest wel, nu de Goddelijke wijsheid ze heeft bestemd voor de eer van God. Zij moest bereid worden "secundum artem- heel kunstig gemaakt" naar apothekerswerk vers 25, De specerijen, die allen tezamen ongeveer vijftig pond bedroegen, moesten getrokken worden op de olie, die ongeveer vijf of zes kwart bedroegen, en daarna gezeefd worden, waardoor een heerlijke, lieflijke geur in de olie achterbleef. Met deze olie moest Gods tent en al het huisraad er van gezalfd worden, ook de priesters bij hun wijding. vers 26-30. Dit moest zo blijven bij hun geslachten, vers 31. Volgens de overlevering der Joden heeft deze olie, door Mozes zelf bereid, geduurd tot bijna aan de ballingschap, maar bisschop Patrick toont het onwaarschijnlijke van deze overlevering aan en onderstelt dat zij telkens opnieuw naar dit voorschrift bereid werd, want Salomo werd er mee gezalfd, 1 Koningen 1:39, en ook anderen van de koningen, en al de hogepriesters, en wel met zo'n grote hoeveelheid, dat zij afdroop naar de zoom van hun kleren, en wij lezen van het bereiden van deze olie 1 Kronieken 9:30. Allen zijn het er echter over eens, dat er in de tweede tempel niets van deze heilige olie was, hetgeen wellicht daaraan toegeschreven kan worden, dat zij het denkbeeld koesterden, dat het niet geoorloofd was haar te maken. Gods voorzienigheid heeft dit gebrek aan deze olie aldus bestuurd als een voorteken van de betere zalving, namelijk die van de Heilige Geest in Evangelietijden, waarvan de verscheidenheid van de gaven afgeschaduwd werd door deze verschillende geurige bestanddelen. Om de voortreffelijkheid van heiligheid aan te duiden, was er in de tabernakel dat wat in de hoogste graad aangenaam was, zowel voor het gezicht als voor de reuk. Christus naam wordt gezegd een olie te zijn, die uitgestort wordt Hooglied 1:3, en de goede naam van Christenen is beter dan goede olie, Prediker 7:1.
2. Het reukwerk, dat op het gouden altaar gebrand werd, was ook uit welriekende specerijen bereid, hoewel niet uit zo kostbare en zeldzame, als die, waarvan de zalfolie was samengesteld, vers 34, 35. Dit reukwerk werd eens in het jaar bereid, (zeggen de Joden) een pond voor elke dag van het jaar, en nog drie pond meer voor de verzoendag, wanneer het gebruikt werd. Het moest tot heel klein pulver gestoten worden, aldus heeft het de Heere behaagd de Verlosser te verbrijzelen, toen Hij zich tot een lieflijke reuk heeft geofferd.
Betreffende deze beide bereidingen wordt hier dezelfde wet gegeven, vers 32, 33, 37, 38, namelijk dat voor gewoon gebruik dergelijke olie en dergelijk reukwerk niet gemaakt mochten worden. Aldus wilde God in het hart van Zijn volk eerbied bewaren voor Zijn inzettingen, en ons leren geen ding te ontheiligen of te misbruiken, waarmee God zich bekendmaakt, zoals diegenen gedaan hebben, die zichzelf (tot hun eigen gewoon vermaak) gelijk David instrumenten der muziek uitdachten, Amos 6:5. Het is een grote belediging van God om met het woord en de heilige inzettingen Gods te schertsen. Hetgeen zeer bijzonder van God is, mag niet als iets gewoons gebruikt worden.