Exodus 26:1-6
Het huis moest een tabernakel of tent wezen zoals soldaten er thans gebruiken in het kamp, een eenvoudige, zowel als beweegbare woning, en toch had de ark Gods geen betere, totdat Salomo vier honderd tachtig jaren later de tempel bouwde, 1 Koningen 6:1-2. God heeft aldus Zijn tegenwoordigheid onder hen geopenbaard in een tabernakel:
1. Om zich te voegen naar hun tegenwoordige toestand in de woestijn, opdat Hij overal waar zij heengingen bij hen zou zijn. God schikt de tekenen van Zijn gunst en genade naar de noden en behoeften van Zijn volk, al naar hun staat of toestand is van voorspoed of tegenspoed, van gevestigd of nog ongevestigd te zijn. "Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn", Jesaja 43:2.
2. Om de toestand voor te stellen van Gods kerk in deze wereld, het is een tabernakel- of tenttoestand, Psalm 15:1. Wij hebben hier geen blijvende stad, daar wij vreemdelingen zijn in deze wereld, en op reis zijn naar een betere, zullen wij niet gevestigd wezen voor wij in de hemel zijn. Kerkvoorrechten zijn roerende goederen, die van de ene plaats naar de andere gaan, het Evangelie is aan geen plaats gebonden, de kandelaar is in een tent en kan gemakkelijk weggenomen worden, Openbaring 2:5. Als wij de tabernakel op prijs stellen en het voorrecht ervan goed gebruiken, dan zal hij ons vergezellen overal waar wij heen gaan, maar zo wij hem veronachtzamen en onteren, dan zal hij, waar wij ook zijn, ons verlaten. "Wat heeft Mijn beminde in Mijn huis te doen?" Jeremia 11:15.
De gordijnen van de tabernakel moesten zeer kostbaar zijn, van het beste in zijn soort, fijn getweernd linnen, in zeer fraaie, lieflijke kleuren, hemelsblauw, en purper en scharlaken. Er moesten cherubim op geborduurd worden, vers 1, om aan te duiden dat de engelen Gods zich legeren rondom de kerk, Psalm 34:8. Zoals er cherubim waren op het verzoendeksel, zo waren zij ook rondom de tabernakel, want wij zien de engelen, niet slechts rondom de troon, maar ook rondom de ouderlingen Openbaring 5:11. Er moesten twee gordijnen zijn, ieder van vijf banen, aan elkaar genaaid en de twee gordijnen moesten met gouden haakjes samengevoegd worden, zodat zij dan een tabernakel vormden, vers 6. Zo zijn ook de kerken van Christus, hoewel zij vele zijn, toch één, daar zij bekwaam samengevoegd Zijn in heilige liefde, en "bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere:" Efeziërs 2:21, 22, 4:16. Deze tabernakel was erg klein, maar bij de prediking van het Evangelie wordt de kerk geboden de plaats van haar tent wijd te maken en de gordijnen van haar woning uit te breiden, Jesaja 54:2.