3. Gezegend zij de God (
Vers 17) en Vader van onze Heere Jezus Christus (
2 Corinthiërs 1:3.
1 Petrus 1:3, die ons gezegend heeft (
Handelingen 3:26) met alle geestelijke zegening (
Romeinen 1:11;
15:27. 1 Kor. 9:11.) in de hemel, in goederen, die van de hemel komen, daarheen leiden en daar in alle volheid worden in bezit genomen, zegeningen in of door Christus (
Filemon 1:6).
De apostel zegent Hem, die de God en Vader van onze Heere Jezus Christus is, daarom, omdat Hij ons gezegend heeft. Het woord van lof van de mensen is het beantwoorden van het zalige werk van God. Reeds in de naam, waarmee Hij God noemt, is het besloten, waarom Hij Hem prijst; want daardoor, dat God de God en Vader van Jezus Christus is en Jezus Christus door Hem onze Heer is geworden, heeft Hij ons datgene gedaan, wat de daarop volgende zin van Hem zegt.
Wat is dat te zeggen: God te zegenen. Is het slechts met de gemeente uit te roepen: "Hij zij gezegend! " Is het slechts Hem mede te loven en te prijzen met de mond? Nee, het zal zijn de zegeningen, die men van Hem ontvangen heeft, te erkennen in haar grootheid, in haar waarde en dit niet slechts bij ogenblikken, maar op de duur en immer meer. Het is God voor Zijn liefde, liefde te vergelden, Hem het dankbaar en blijmoedig hart te tonen, waarin Hij een welbehagen schept, te handelen en te wandelen zoals het Hem verheerlijkt. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus te zegenen, het is een Christen te zijn in geloof, in liefde, in hoop, in blijdschap, in lijdzaamheid, in heiligmaking. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus te zegenen, het is Hem omwille van ons te doen zegenen, prijzen, grootmaken, zoeken door anderen, die daar lezen op ons gelaat en aanschouwen in onze wandel, dat daar een grote kracht van liefde en heiligheid en een overvloedige bron van blijdschap en van vrede schuilt in de geestelijke zegeningen, waarmee Hij zegent in Christus.
Geloofd. - Dit is de betekenis van het Griekse gezegend, waaruit in het oorspronkelijke een woordspeling ontstaat, omdat hetzelfde woord straks in een andere betekenis genomen wordt die ons gezegend heeft. (V. D. PALM).
De uitdrukking "de God en Vader van onze Heere Jezus Christus" is factisch in de plaats gekomen van de Joodse formule: "de God van Abraham, Izaak en Jakob" als echt Christelijke formule, al hebben de apostelen dat ook juist niet bedoeld. Daarmee wordt geprezen Hij, die niet alleen de God is van Hem, die mens is geworden (Mattheus 27:46. Johannes 20:17. Openbaring :12), maar ook de Vader is van deze Heere, van de Eniggeborene, die Hij heeft gegeven.
De apostel noemt een drievoudige zegen, waarom hij God prijst. Met allerlei geestelijke zegeningen heeft ons God, de Vader van onze Heere Christus gezegend. Die zegen, die wij hebben ontvangen, bestaat in hemelse goederen. Wij zijn gezegend in Christus. De almachtige Schepper en trouwe Onderhouder van de wereld, laat ook de heidenen niet ongezegend in hetgeen tot voeding en onderhouding van het lichaam nodig is (Handelingen 14:17); maar met geestelijke zegen, die tot in het eeuwige leven reikt, zegent Hij alleen ons, de heilige en gelovigen in Christus Jezus en al de volheid van geestelijke zegen wordt ons ten deel in de Heilige Geest zelf, die ons gegeven is, een zaad van zegen tot vele vruchten van zegen.
Mogen wij al, zoals Paulus in de gevangenis te Rome, arm zijn in aardse bezittingen en genietingen, geloofd zij God, die ons in de hemel en in de eeuwigheid, die boven al de tijd zo ver verheven is, zo rijk heeft gemaakt!
"Zij zullen gezegend worden" was de som van alle beloften in het Oude Testament: "Hij heeft ons gezegend" is de Evangelische roem over de vervulling van deze beloften in het Nieuwe Testament. Door deze geestelijke zegening in hemelse goederen overwon het Evangelie de gehele wereld en de aardsgezindheid, waarin Joden en heidenen gebonden lagen.