1 Johannes 2:20-27
I. De apostel moedigt hier de discipelen, aan welken hij schrijft, aan in deze gevaarlijke tijden, in deze ure der verleiders, hij bemoedigt hen door de verzekering van hun standvastigheid in den dag des afvals. Maar gij hebt de zalving van den Heilige en weet alle dingen.
1. De zalving, waarmee zij werden verrijkt: de zalving van boven. Gij hebt een zalving. De ware Christenen zijn gezalfden, hun naam duidt dat aan. Zij zijn gezalfd met de olie der genade, met gaven en geestelijke krachten, door den Heiligen Geest. Zij zijn gezalfd tot een deelgenootschap aan de bedieningen des Heeren, als ondergeschikte profeten, priesters en koningen voor God. De Heilige Geest wordt vergeleken met olie, zowel als met water en vuur, en de mededeling van Zijn reddende genade is onze zalving.
2. Van wie deze zalving komt: van den Heilige, hetzij van den Heiligen Geest of van Christus, Openbaring 3:7. Dit zegt de Heilige, de Waarachtige. De Heere Christus is heerlijk in Zijne heiligheid. De Heere Christus beschikt over de genaden van den goddelijken Geest, en Hij zalft Zijne heiligen om hen aan Hem gelijk te maken en hun hun aandeel aan Hem te verzekeren.
3. De uitwerking van die zalving, het is een geestelijke ogenzalf, het verlicht en versterkt het oog om goed te kunnen zien: En daardoor weet gij alle dingen, vers 20. Alle dingen betreffende Christus en Zijn godsdienst. Tot dat doel werd zij u beloofd en gegeven, Johannes 14:26. De Heere Christus geeft niet aan ieder der belijdende discipelen een even groot deel, de een is meer gezalfd dan de ander. Er bestaat groot gevaar dat zij, die niet aldus gezalfd zijn, zo ver van de waarheid in Christus zijn, dat zij integendeel in antichristenen veranderen, en blijken zullen tegenstanders van Christus' persoon, koningschap en heerlijkheid te zijn.
II. De apostel wijst hun den zin en de mening van hetgeen hij geschreven heeft aan.
1. Bij wijze van ontkenning, niet omdat hij hun kennis verdenkt, of hun onwetendheid aangaande de grote waarheden van het Evangelie onderstelt: Ik heb u niet geschreven omdat gij de waarheid niet weet, vers 21. Dan zou ik niet zo verzekerd zijn van uw standvastigheid in de waarheid of u geluk wensen met uw zalving van boven. Het is goed het beste van onze Christelijke broeders te denken, wij zijn verplicht dat te doen totdat het tegendeel ons overtuigend blijkt. Een gerechtvaardigd vertrouwen in godsdienstige mensen zal hen aanmoedigen en hun getrouwheid steunen.
2. Bij wijze van toestemming en erkentenis, als vertrouwende op hun oordeel over deze dingen. Maar omdat gij die weet (namelijk omdat gij de waarheid in Jezus kent) en omdat gene leugen uit de waarheid is. Zij, die in enig opzicht de waarheid kennen, zijn daardoor instaat gesteld om te onderscheiden wat er tegen ingaat en er niet mede bestaanbaar is. De rechte lijn wijst vanzelf aan welke lijnen gebogen zijn. Waarheid en leugen vermengen en verenigen zich niet met elkaar. Zij, die goed vertrouwd zijn met de Christelijke waarheid, zijn daardoor goed gewapend tegen anti- christelijke dwaling en verleiding. Geen leugen maakt deel van den natuurlijken of van den geopenbaarden godsdienst uit. De apostelen vooral verafschuwden de leugen en toonden steeds haar onverenigbaarheid met hun leer aan, zij zouden de meest veroordelenswaardige mensen geweest zijn, indien zij de waarheid hadden willen voorthelpen door leugens. Het is een aanbeveling voor den Christelijken godsdienst, dat hij zowel aanpast bij den natuurlijken godsdienst, die er den grond van uitmaakt, en zo goed overeenkomt met den Joodsen godsdienst, die er de beginselen van bevat.
Geen leugen is uit de waarheid, bedrog en leugen zijn zeer ongeschikte middelen om de waarheid te steunen en voort te helpen. Het komt mij voor dat de zaak van den godsdienst vrij wat beter staan zou, indien zij er nooit voor gebruikt waren. Het gevolg daarvan openbaart zich in de ongelovigheid van onzen tijd, de verwerping van oud vroom bedrog en praatjes is in onze dagen overgegaan in godloochening en ongodsdienstigheid, maar de grote handhavers van en lijders voor de Christelijke openbaring verzekeren ons, dat geen leugen uit de waarheid is.
III. De apostel klaagt de pas-opgestane verleiders aan en beschuldigt hen.
1. Zij zijn leugenaars, beruchte tegenstanders van de heilige waarheid. Wie is de leugenaar, de meest-befaamde leugenaar van den tijd, waarin wij leven, dan hij die loochent dat Jezus is de Christus? De grote en schandelijke leugens, welke de vader der leugens en der leugenaars, in de wereld verspreidt, waren van ouds en zijn gewoonlijk valsheden en dwalingen betreffende den persoon van Christus. Er is geen waarheid zo heilig en zo ten volle gestaafd, of de een of ander zal haar tegenspreken en ontkennen. Dat Jezus van Nazareth de Zoon en de Christus Gods was, werd bevestigd door hemel, aarde en hel. Naar het schijnt zijn sommigen door het gestrenge oordeel Gods overgegeven aan vreemdsoortige inbeeldingen.
2. Zij zijn rechtstreeks vijanden van God zowel als van den Heere Christus. Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent, vers 22. Hij, die zich tegenover Christus stelt, ontkent de uitspraak en het getuigenis van den Vader, en het zegel dat deze Zijnen Zoon gegeven heeft, want Hem heeft God de Vader verzegeld, Johannes 6:27. En hij, die de uitspraak en het getuigenis van den Vader betreffende den Heere Jezus Christus ontkent, loochent dat God de Vader van onzen Heere Jezus Christus is, en verlaat alzo de kennis van God in Christus, en daarmee de gehele openbaring van God in Christus, en voornamelijk van God in Christus de wereld met zich zelven verzoenende. Derhalve mag de apostel er met recht bijvoegen: Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet, vers 23. Hij heeft geen ware kennis van den Vader, dien de Zoon het meest en het volledigst geopenbaard heeft, hij heeft geen deel aan den Vader, aan Zijn gunst, genade en zaligmaking, want niemand komt tot den Vader dan door den Zoon, Maar, zo staat er in sommige handschriften bij: die den Zoon erkent, heeft ook den Vader. Gelijk er een innige betrekking tussen den Vader en den Zoon is, zo is een onbreekbare vereniging van de leer, de kennis en het deelhebben van beiden, zodat hij, die de kennis van en het recht op den Zoon heeft, ook de kennis van en het recht op den Vader bezit. Zij, die de Christelijke openbaring aannemen, hebben daarin ook het licht en de zegeningen van den natuurlijken godsdienst.
IV. Hier raadt en overreedt de apostel de discipelen om te blijven in de oude leer, die hun eerst overgeleverd werd. Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u, vers 24. De waarheid is ouder dan de dwaling. De waarheid betreffende Christus, die van den beginne aan de heiligen overgeleverd is, kan niet door nieuwigheden veranderd worden. Zo verzekerd waren de apostelen van de waarheid van hetgeen zij omtrent Christus en namens Hem overgeleverd hadden, dat al hun moeiten en lijden hen er niet toe konden brengen er iets aan te veranderen. De Christelijke waarheid mag op haar oudheid zich beroepen en zich daardoor aanbevelen. Deze waarschuwing wordt versterkt door de volgende gronden. 1. Het heilig voordeel, dat zij zullen verkrijgen door vast te houden aan de overgeleverde waarheid en het oorspronkelijk geloof.
A. Zij zullen daardoor blijven in heilige vereniging met God en Christus. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven, vers 24. De waarheid van Christus, in ons blijvende, is het middel om ons terug te houden van zonden en ons met den Zoon van God te verenigen, Johannes 15:3, 4. De Zoon van God is het middel of de Middelaar, door wie wij met den Vader verenigd worden. Hoeveel waarde behoren wij derhalve te hechten aan de evangelische waarheid!
B. Zij zullen daardoor zich van de belofte des eeuwigen levens verzekeren. En dit is de belofte, die Hij (dat is de Vader: 5:11) ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven, vers 25. Groot is de belofte, die God aan Zijn getrouwe aanhangers geeft. Zij komt overeen met Zijn grootheid, macht en goedheid. Zij is het eeuwige leven, dat niemand dan God geven kan. De gezegende God hecht grote waarde aan Zijn Zoon en de waarheid die in Hem is, en Hij schept er behagen in hun, die in deze waarheid, onder haar licht, kracht en invloed, blijven, het eeuwige leven te beloven. De waarschuwing wordt verder versterkt door:
2. De bedoeling van des apostels schrijven aan hen. Deze brief dient om hen te versterken tegen de bedriegers van dien tijd. Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden, vers 26. Daarom indien gij niet voortgaat te blijven in hetgeen gij van den beginne gehoord hebt, dan zal mijn schrijven voor u vergeefs zijn. Wij moeten zorgen dat de brieven der apostelen en de gehele Schrift voor ons niet vergeefs zijn.
3. De onderwijzende zegen, die zij van den hemel hadden ontvangen. De zalving, die gij van Hem hebt, blijft in u. De ware Christenen hebben een inwendige bevestiging van de goddelijke waarheid, die zij aangenomen hebben, de Heilige Geest heeft die in hun verstand en hart ingeprent. Het spreekt vanzelf dat de Heere Jezus een voortdurende getuigenis in de harten Zijner discipelen heeft. De zalving, de uitstorting van de genadegaven over de oprechte discipelen, is een zegel van de waarheid der leer van Christus, want niemand geeft dat zegel dan God. Die ons ook verzegeld en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven heeft, 2 Corinthiërs 1:21. Van deze goddelijke zalving worden de volgende heerlijke dingen gezegd.
A. Zij is blijvend en duurzaam, olie en zalf drogen niet zo spoedig op als water. Zij blijft in u, vers 27. De goddelijke verlichting ter onzer bevestiging moet wel blijvend en voortdurend zijn. Daar rijzen verzoekingen, verstrikkingen en verleidingen. De zalving blijft.
B. Zij is beter dan menselijk onderricht.
Gij hebt niet van node, dat iemand u lere, vers 27. Gij werd door ons onderricht alvorens gij gezalfd werd, maar nu is ons onderricht, bij haar vergeleken, niets. Wie onderricht gelijk Hij? Job 36:22. Deze zalving met de goddelijke olie maakt het onderwijs der dienaren niet overbodig, maar overtreft het.
C. Zij is een zeker bewijs voor de waarheid en al wat zij leert is onfeilbare waarheid. Maar gelijk deze zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig en is geen leugen, vers 27. De Heilige Geest moet noodzakelijk zijn de Geest der waarheid, gelijk Hij ook genoemd wordt, Johannes 14:17. Het onderricht en de verlichting, die Hij geeft, kunnen niet anders dan in en door de waarheid zijn. De Geest der waarheid zal niet liegen, en Hij leert alle dingen, dat is: alle dingen van de tegenwoordige bedeling, alle dingen nodig tot de kennis van God in Christus en hun heerlijkheid in het Evangelie.
D. Zij heeft bewarenden invloed, zij zal allen, in welken zij blijft, bewaren voor de verleiders en hun verleiding. En gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven, vers 27. Zij leert u te blijven in Christus, en gelijk zij u leert, maakt zij u er zeker van, zij legt beslag op uw verstand en hart, opdat gij niet tegen Hem zult opstaan. Maar die ons bevestigt in Christus en die ons gezalfd heeft, is God, 2 Corinthiërs 1:21.