2 Timotheus 2:8-13
I. Om Timotheus in het lijden te bemoedigen, brengt de apostel hem de opstanding van Christus in gedachten, vers 8. Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, welke is uit den zade David's, naar mijn Evangelie. Dit is het grote bewijs voor zijn goddelijke zending, en daarom de grote bevestiging van de waarheid van den Christelijken godsdienst, en de gedachtenis daarvan moet ons trouw aan onze Christelijke belijdenis doen zijn, en ons in het bijzonder aanmoedigen om voor haar te lijden. Lijdende heiligen moeten zich dat herinneren.
1. Wij moeten zien op Jezus, den Bewerker en Voleinder van ons geloof, die, om de vreugde welke Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God, Hebreeën 12:2.
2. De vleeswording en opstanding van Jezus Christus, van harte geloofd en in het rechte licht beschouwd, zullen een Christen staande houden onder al het lijden dezes tegenwoordigen tijds.
II. Een ander ding om hem onder het lijden aan te moedigen was, dat hij Paulus tot een voorbeeld had.
1. Merk op hoe de apostel leed, vers 9. Om hetwelk ik verdrukkingen lijd als een kwaaddoener, en Timotheus, de zoon, mag geen beter lot verwachten dan Paulus, de vader. Paulus was een man die goed deed, en toch leed hij als een kwaaddoener, wij moeten het dus niet te vreemd vinden wanneer het hun, die goed doen, slecht gaat in de wereld, en wanneer de beste mensen de slechtste behandeling ondergaan. Maar zijn troost was: het woord Gods is niet gebonden. Vervolgende machten kunnen dienaren doen zwijgen en hen tegenhouden, maar zij kunnen de werking van Gods Woord in de harten en gewetens der mensen niet verhinderen, dat Woord kan door geen menselijke macht gebonden worden. Dit moest Timotheus bemoedigen om niet bevreesd te zijn voor banden om de getuigenis van Jezus, om het woord van Christus, dat hem dierbaarder moest zijn dan de vrijheid, dan het leven zelf, want dat zou ten slotte blijken niets door deze banden geleden te hebben. Hier zien wij:
A. De behandeling, die de apostel van de wereld ondervond. Ik lijd verdrukkingen, hiertoe was hij geroepen en bestemd.
B. Het voorwendsel, waaronder hij verdrukt werd. Ik lijd als een kwaaddoener. Zo riepen de Joden omtrent Christus tot Pilatus: Indien deze geen kwaaddoener ware, wij zouden Hem u niet overgeleverd hebben, Johannes 18:30. Zo ook Paulus.
C. De eigenlijke en ware oorzaak van zijn lijden als een kwaaddoener. Om hetwelk: dat is, om de zaak van het Evangelie. De apostel leed tot de banden toe, en hij zou ten bloede toe tegenstaan, strijdende tegen de zonde, Hebreeën 12:4. Ofschoon de verkondigers van het Woord dikwijls gebonden zijn, het Woord zelf is niet gebonden.
2. Waarom leed hij gewillig? Ik verdraag alles om de uitverkorenen, vers 10. Merk op: A. Goede dienaren mogen en moeten zich zelven bemoedigen in de zwaarste diensten en in het ergste lijden, met de gedachte dat God daaruit zeker iets goeds voor Zijne gemeente en zegen voor Zijne uitverkorenen zal doen voortkomen. Opdat zij de zaligheid zouden verkrijgen, die in Christus Jezus is, vers 10. Na de verlossing van onze eigen zielen moeten wij gewillig zijn alles te doen en te lijden, wat de zaligheid der zielen van anderen kan bevorderen.
B. De uitverkorenen zijn bestemd om de zaligheid te verkrijgen. God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, 1 Thessalonicenzen 5:9.
C. Deze zaligheid is in Christus Jezus, als de fontein, de verwerver en de gever, en ze gaat vergezeld met eeuwige heerlijkheid, er is geen zaligheid buiten Jezus Christus.
D. Het lijden van den apostel was om der uitverkorenen wil, tot hun bevestiging en bemoediging.
III. Een ander ding, waarmee hij Timotheus aanmoedigt, is het vooruitzicht van den toekomenden staat.
1. Zij, die getrouw Christus, Zijne waarheid en Zijne wegen aanhangen, wat het hun ook kosten moge, zullen zeker daarvan in de toekomende wereld het voordeel genieten. Indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven, vers 11. Zo wij, in gelijkvormigheid aan Christus, gestorven zijn aan deze wereld, haar vermaken, voordelen en eer, zullen wij met Hem in een betere wereld leven en voor altijd met Hem zijn. Ja, ofschoon wij geroepen worden om met en voor Hem te lijden, wij zullen er niets bij verliezen. Zij, die op aarde voor Christus lijden, zullen in den hemel met Hem regeren, vers 12. Zij, die met David in zijne vernedering leden, werden in zijne verhoging met hem verhoogd, zo zal het ook gaan met hen, die lijden met den Zoon van David.
2. Het zal ons verlies zijn, indien wij Hem ontrouw worden. Indien wij Hem verloochenen, zo zal Hij ons ook verloochenen. Indien wij Hem verloochenen voor de mensen, zal Hij ons verloochenen voor den Vader, Mattheus 10:33. En die man is voor eeuwig ellendig, dien Christus ten laatste verloochent. Dat zal zeker de uitslag zijn, of wij het geloven of niet, vers 13. Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, Hij kan zich zelven niet verloochenen. Hij blijft getrouw aan Zijn bedreigingen, getrouw aan Zijne beloften, zomin de een als de ander zal ter aarde vallen, geen tittel of jota er van. Zo wij Christus getrouw blijven, zal Hij zeker getrouw zijn aan ons. Zo wij Hem ontrouw zijn, zal Hij getrouw zijn aan Zijne bedreigingen: Hij kan zich zelven niet verloochenen, Hij kan geen enkel woord terugtrekken, dat Hij gesproken heeft, want Hij is Ja en Amen, de getrouwe Getuige. Merk hier op:
A. Ons gestorven-zijn met Christus gaat aan ons leven met Hem vooraf en is er mee verbonden. Het een is het gevolg van het ander, ons lijden voor Hem is het middel om met Hem te regeren. Gij, die mij gevolgd zijt in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dan zult ook gij zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israël's, Mattheus 19:28.
B. Dit is een getrouw woord, er mag mee gerekend en het moet geloofd worden. Maar: C. Zo wij Hem verloochenen, uit vrees, of uit schaamte, of ter wille van enig tijdelijk voordeel, dan zal Hij ons verloochenen en ontkennen, want Hij kan zich zelven niet verloochenen, maar zal getrouw Zijn woord volbrengen, zowel Zijn bedreigingen als Zijn beloften.