1 Johannes 2:18-19
Wij vinden hier:
I. Een zedelijke voorspelling omtrent den tijd, het einde nadert. Kinderkens, het is de laatste ure, vers 18. Sommigen menen dat de apostel zich hier opnieuw richt tot de eerste afdeling van Christenen, de zuigelingen, die er het meest voor blootstaan om verleid te worden, en daarom: "Kleine kinderen, gij zijt jong in den godsdienst, zorgt er voor dat gij niet bedorven wordt." Maar het schijnt veeleer, als elders, een algemene benaming te zijn, bedoeld om alle Christenen wakker te schudden: Kinderkens, het is de laatste ure! Onze Joodse inrichting van kerk en staat spoedt ten einde, de Mozaïsche eredienst en regering zijn der verdwijning nabij, de zeventig weken van Daniël zijn bijna doorleefd, de verwoesting van stad en tempel is aanstaande, het einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn en vastelijk besloten verwoestingen, Daniël 9:26. Het was dus goed, dat de discipelen gewaarschuwd werden van het haastige einde des tijds en zoveel mogelijk op de hoogte gebracht van de profetische tijdperken.
II. Het teken van dezen laatsten tijd. Er zijn ook nu vele antichristen geworden, vers 18. Er zijn velen, die zich verzetten tegen den persoon, de leer en het koningschap van Christus. Het is een geheimzinnige beschikking van de Voorzienigheid, dat antichristen toegelaten worden, maar, wanneer zij gekomen zijn, is het goed en veilig voor de discipelen, dat die tegen hen gewaarschuwd worden. De dienaren moeten wachters van het huis Israël's zijn. De discipelen moeten zich door het bestaan van zulke antichristen niet laten ontmoedigen of verwarren.
1. Het is ons voorzegd. Gij hebt gehoord dat de antichrist komt, vers 18. De gehele gemeente is door goddelijke openbaring er van in kennis gesteld, dat er een lange en geweldige tegenstand tegen Christus en Zijne gemeente komen zal, 2 Thessalonicenzen 2:8-10. Geen wonder dus dat er vele herauten en voorlopers van den enen groten antichrist zijn. Velen zijn nu antichristen geworden, de verborgenheid der ongerechtigheid wordt reeds gewrocht.
2. Het was hun voorspeld als het teken van den laatsten tijd. Er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderen doen, alzo dat zij, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen zouden verleiden, Mattheus 24:24. En dezen waren de voorlopers van de ontbinding van den Joodsen staat en godsdienst, waaruit wij kennen dat het de laatste ure is, vers 18. De voorspelling dat er in de Christelijke wereld verleiders zullen opstaan, moet ons versterken tegen hun verleiding.
III. Een tekening van deze verleiders of antichristen.
1. Zij waren eens belijders van de apostolische leer: Zij zijn van ons uitgegaan, vers 19, uit ons gezelschap, uit onze gemeenschap, wellicht uit de gemeente van Jeruzalem of enige andere gemeente van Judea, zie Handelingen 15:1 :Sommigen, die afgekomen waren uit Judea, leerden de broeders, enz. De zuiverste gemeenten hebben hun afvalligen en opstandelingen, de apostolische leer bekeert niet allen, die van hare waarheid overtuigd worden.
2. Innerlijk waren zij niet aan ons gelijk. Maar zij waren niet uit ons, zij waren niet van harte gehoorzaam aan het voorbeeld der gezonde leer, dat hun overgeleverd was, zij waren niet met ons verenigd met ons hoofd Christus. Hier vinden wij:
A. De reden, die tot het besluit brengt dat zij niet uit ons waren, niet waren wat zij voorgaven te zijn en wat wij zijn, en die bestaat in hun werkelijke afwijking: Want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij, zonder twijfel, met ons gebleven zijn, vers 19. Indien de zaligmakende genade wortel geschoten had in hun harten, zo zou die hen bij ons gehouden hebben, hadden zij de zalving van boven gehad, waardoor zij oprechte en getrouwe Christenen gemaakt waren, dan zouden zij niet in antichristen veranderd zijn. Zij, die van den godsdienst afvallen, tonen daardoor overtuigend dat zij vroeger huichelaars waren, zij, die de Evangelische waarheid werkelijk in zich opgenomen hebben, bezitten daarin een goed voorbehoedmiddel tegen verderflijke dwaling.
B. De reden, waarom hun toegelaten werd op die wijze van de apostolische leer en gemeenschap zich af te scheiden. Die is dat hun onoprechtheid openbaar zou worden. Maar dat is geschied opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn, vers 19. De gemeente kan niet nauwkeurig weten wie haar levende leden zijn en wie niet, en daarom wordt de gemeente, ten opzichte van haar innerlijke heiliging, de onzichtbare kerk genoemd. Sommigen van de huichelaars moeten hier openbaar worden, en dat tot hun eigen schande zowel als tot hun eigen voordeel, opdat zij tot de waarheid kunnen terugkeren indien zij niet gezondigd hebben tot den dood, en tot schrik en waarschuwing van anderen. Gij dan, geliefden, zulks tevoren wetende, wacht u dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt wordt en uitvalt van uwe vastigheid. Maar wast op in de genade, enz., 2 Petrus 3:17, 18.