5. Waarlijk, zulke goddeloze heersers verdienen geen lof, want de kwade lieden, die zich even als zulke heersers met hun lofredenaars aan de zonde hebben overgegeven, verstaan het recht niet, en willen het ook niet verstaan; de gewoonte van onrecht te doen, heeft hen onvatbaar gemaakt, om recht van onrecht te onderscheiden, maar die den HEERE zoeken, in Zijne wegen wandelen en de geopenbaarde waarheid met het hart aannemen en geloven, verstaan alles 1) en door Gods Geest voorgelicht, weten zij ook wat voor God recht is.
a) 1 Johannes 2:20.
Die God niet kent, hoe kan die het recht verstaan? Voor hen, in wie werkelijk een godsdienstige zin woont, is ook elk zedelijk recht en gevolg van zelven duidelijk. Mensen, met een overigens helder verstand, maar die den geest missen, welke naar God vraagt, klagen dikwijls in rechterlijke, of andere zaken over gebrek aan inzicht, terwijl meer eenvoudigen van hart gemakkelijk begrijpen en niet verlegen staan..
Deze eenvoudige waarheid aangaande het innige verband tussen godsdienstige en zedelijke kennis en de vatbaarheid om te oordelen, wordt door onzen tijd stoutweg in het aangezicht geslagen, door te beweren, dat het godsdienstig en zedelijk leven niets met elkaar gemeen hebben, alsof ieder, die een gelovig Christen is, een natuurlijk vijand van volkswelzijn en volksgrootheid zou moeten zijn..
1) Wij hebben hier schier hetzelfde als wat de Apostel Johannes (1 Johannes 2:20) aan de gemeente schrijft als hij zegt: "Gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen." Wie den Heere zoeken, hebben den Geest ontvangen en leren verstaan alles, wat tot het leven en de godzaligheid van node is.