Spreuken 28:23
1. Vleiers kunnen voor een tijd hen behagen die bij nader bedenken hen zullen verfoeien en verachten. Indien zij er toe komen om overtuigd te worden van het zondige van de handelingen om welke zij gevleid werden, en zich te schamen over de hoogmoed en de ijdelheid, die door deze vleierijen gevoed en aangemoedigd werden, dan zullen zij deze lage vleiers haten, omdat zij boze bedoelingen met hen hadden, en de walgelijke vleierij, omdat zij een boze uitwerking op hen had.
2. Bestraffers kunnen in het eerst diegenen mishagen, die later, als de drift voorbij is, en de bittere medicijn haar uitwerking begint te doen, hen zullen achten en liefhebben. Hij, die getrouwelijk handelt met zijn vriend door hem op zijn fouten en gebreken te wijzen, kan hem voor het ogenblik wel in toorn doen ontsteken zodat hij misschien harde woorden zal krijgen in plaats van dank voor zijn moeite, maar later zal hij niet slechts de vertroosting smaken in zijn eigen hart van zijn plicht gedaan te hebben maar hij, die hij bestraft heeft, zal erkennen dat het een vriendelijkheid was, hij zal een goede mening opvatten van zijn wijsheid en getrouwheid, en hem geschikt achten om zijn vriend te wezen. Hij, die heftige verwijten doet aan zijn arts, omdat hij hem bij het behandelen van zijn wonden pijn doet, zal hem toch goed betalen, en hem ook danken als hij hem genezen heeft.