Spreuken 15:31
Het is de aard van een wijs man, dat hij zeer gewillig is om bestraft te worden, en daarom kiest hij de omgang van dezulken, die hem beide door hun woorden en door hun voorbeeld aantonen wat verkeerd bij hem is. Het oor, dat de bestraffing kan aannemen, zal de bestraffer liefhebben. Getrouwe, vriendelijke bestraffing wordt hier de bestraffing des levens genoemd, niet alleen omdat zij op een levendige wijze gegeven moeten worden, en met een verstandige ijver, (en wij moeten bestraffen door ons leven zowel als door onze leer) maar omdat zij, waar zij goed opgenomen wordt, het middel is van geestelijk leven, en leidt naar het eeuwige leven, en (naar sommigen denken) om haar te onderscheiden van de bestraffing en de smaad voor wel doen, die eerder een bestraffing des doods is, waarop wij geen acht moeten slaan, en die wij geen invloed op ons moeten laten uitoefenen.
Zij, die zo verstandig zijn, dat zij een bestraffing goed opnemen, zullen hierdoor nog wijzer worden, Hoofdst. 9:9, en ten laatste zullen zij gerekend worden te behoren tot de wijze mannen van de eeuw, en zullen beide bekwaamheid en gezag hebben om anderen te bestraffen en te onderwijzen. Zij, die goed leren en goed gehoorzamen, zullen zeer waarschijnlijk mettertijd goed onderwijzen en goed regeren.