Spreuken 28:19
Zij, die naarstig zijn in hun beroep, slaan de weg in om genoeglijk en in welvaart te leven. Die zijn land bouwt, zijn winkel waarneemt, acht geeft op zijn zaken, waarin die ook mogen bestaan, zal met brood verzadigd worden, overvloed hebben van hetgeen nodig is voor zich en zijn gezin, en waarmee hij nog barmhartigheid kan bewijzen aan de armen, hij zal van de arbeid van zijn handen eten.
Zij, die lui zijn en zorgeloos, zich met ijdel gezelschap ophouden hoewel zij zich (naar zij denken) toegeven in een aangenaam en gemakkelijk leven, slaan toch de weg in naar een ellendig, troosteloos bestaan. Hij, die land heeft en er zich op laat voorstaan, maar het niet bouwt, verwaarloost zijn zaken, hij wil zich, geen moeite geven, maar volgt deze mensen, drinkt met hen, voegt zich bij hen in hun plezierpartijen en ijdele vermaken, en zo verbeuzelt hij zijn tijd met hen hij zal met armoede verzadigd worden, hij neemt maatregelen, die er zo rechtstreeks heenvoeren, dat hij haar schijnt te begeren, en zo zal hij er de genoeg van hebben.