Spreuken 28:10
1. Hier is het oordeel van verleiders, die godvruchtige mensen of hen, die belijden het te zijn, tot zonde en kwaad zoeken te brengen die er een eer in stellen om de oprechten te doen dwalen op een kwade weg door hen in een strik te lokken, ten einde dan over hen te kunnen juichen. Zij zullen hun doel niet bereiken, het is onmogelijk om de uitverkorenen te bedriegen, maar zij zelf zullen in hun eigen gracht vallen, en, daar zij niet alleen zondaren, maar verleiders waren, niet alleen onrechtvaardig waren, maar ook vijanden van de rechtvaardigen, zal hun oordeel zwaarder zijn, Mattheus 23:14, 15.
2. Het geluk van de oprechten, zij zullen niet alleen bewaard worden voor de kwade weg, waar de goddelozen hen op wilden lokken, maar zij zullen het goede beërven, zij zullen nu reeds het beste bezitten, de genade en de vertroostingen van Gods Geest, behalve nog hetgeen voor hen is weggelegd.