Spreuken 27:23-27
1. Hier wordt een gebod gegeven om naarstig te zijn in ons beroep. Het wordt gericht tot landbouwers en herders en hen, die in vee _handelen, maar het kan uitgestrekt worden tot ieder ander wettig beroep, waarin ons werk ook bestaat, hetzij in huis of buitenshuis, wij moeten er ons met geheel ons hart op toeleggen. Dit gebod geeft te kennen:
a. Dat wij enigerlei zaak om handen moeten hebben in deze wereld, en niet in luiheid en ledigheid moeten leven.
b. Dat wij ons werk goed en ten volle moeten verstaan, moeten weten wat wij te doen hebben, en ons niet moeten inlaten met hetgeen waar wij geen verstand van hebben.
c. Wij moeten er zelf het oog op hebben, en niet al de zorg ervan aan anderen overlaten, wij moeten zelf de toestand van onze kudde nagaan, het is het oog des meesters, dat ze vet maakt.
d. Wij moeten voorzichtigheid en overleg hebben in het bestuur Onder zaken, van alles de toestand kennen, alles goed nagaan, opdat niets teloor ga, geen gelegenheid laten voorbijgaan maar alles op de bestemde tijd en orde doen ten einde er het meeste voordeel uit te trekken.
e. Wij moeten vlijtig zijn en ons moeite geven, niet neerzitten en bedenken, maar opstaan en aan het werk gaan. "Stel uw hart op uw kudden als iemand, die in zorg er over is, sla uw handen aan het werk."
2. De redenen om aan dit gebod kracht bij te zetten. Denk aan:
A. De onzekerheid van wereldlijken rijkdom, vers 24. De schat is niet tot in eeuwigheid.
a. Andere rijkdommen zijn niet zo duurzaam als deze. "Geef wel acht op uw kudden, op uw bezitting op het veld, want die zijn in erfopvolging tot in eeuwigheid, terwijl schatten in de handel, koopwaren, dit niet zijn, de kroon zelf is misschien niet zo vast in uw geslacht als het bezit uwer kudden".
b. Zelfs deze bezitting zal teniet gaan als er niet goed voor gezorgd wordt. Al had men een kasteel met rijke inkomsten er bij, en men was verkwistend en onachtzaam, neen zou spoedig door die rijke bezitting heen komen, zelfs de kroon en de inkomsten ervan zouden schade lijden, en als men ze niet zeer goed bestuurt, zullen zij niet van geslacht tot geslacht blijven. Hoewel David de kroon door erfrecht in zijn geslacht heeft doen overgaan, heeft hij toch goed voor zijn kudden gezorgd, 1 Kronieken 27:19, 31.
B. De milddadigheid van de natuur, of liever van de God van de natuur, en Zijn voorzienigheid, vers 25. als het gras verdwenen is en het etgroen zich vertoont hebt gij voldoende voor uw levensonderhoud. Voor de verzorging van de kudden wordt geen zware arbeid vereist, geen ploegen of zaaien, hun voedsel is het spontane voortbrengsel van de grond, gij hebt niets anders te doen dan ze er des zomers heen te brengen, als het gras zich openbaart, en de kruiden van de bergen te verzamelen voor de winter. God heeft het Zijne gedaan, gij zijt ondankbaar jegens Hem en weigert onrechtvaardig Zijn voorzienigheid te dienen indien gij het uw niet doet." Er is een gelegenheid, die waargenomen en gebruikt moet worden, een tijd, wanneer het gras zich openbaart, maar indien gij die tijd ongebruikt laat voorbijgaan, zal het zoveel erger zijn voor uw kudden. Evenals voor onszelf, moeten wij ook voor ons vee met de mier spijs bereiden in de zomer."
C. Het voordeel van een goed huishoudelijk bestuur voor een gezin. Onderhoud uw schapen, en uw schapen zullen helpen om u te onderhouden. Gij zult spijs hebben voor uw kinderen en uw dienstboden, genoegzaamheid van geitenmelk, vers 27, en genoeg is zo goed als een feestmaal. Gij zult ook klederen hebben, de wol van de lammeren zal zijn tot uw kleding. Gij zult geld hebben om uw pacht te betalen, de bokken, die gij zult hebben te verkopen, zullen de prijs des velds zijn, ja, zoals sommigen het verstaan: Gij zult een koper worden, en land knopen om aan uw kinderen na te laten, vers 26. Als wij voedsel en klederen hebben en aan ieder het zijne kunnen geven, dan hebben wij genoeg en behoren niet alleen tevreden, maar ook dankbaar te zijn. Hoofden van gezinnen moeten niet alleen voorzien voor zichzelf, maar ook voor hun gezin, en zorgen dat hun dienstboden het nodige hebben. Eenvoudig voedsel en eenvoudige klederen, die voldoen aan de behoefte, is alles waar wij het oog op moeten hebben. Acht uzelf goed verzorgd, indien gij met eigen geweven lijnwaad gekleed wordt, met de wol van uw eigen lammeren, en gevoed wordt met geitenmelk, laat u tot voedsel dienen, wat ook tot voedsel voor uw gezin strekt, tot spits van uw huis en leeftocht uwer maagden, begeer geen lekkernijen, die van verre gehaald en duur gekocht zijn. Dit moet er ons toe aanmoedigen om zorgzaam en vlijtig te zijn voor onze zaken, waardoor wij een genoegzaam levensonderhoud verkrijgen voor ons gezin, dan zullen wij de arbeid van onze handen eten.