Spreuken 26:11
Zie hier:
1. Welk een afschuwelijke zaak de zonde is, en hoe hatelijk zij soms gemaakt wordt in de ogen van de zondaar zelf. Als zijn geweten overtuigd is, of als hij in lijden is door de zonde, dan walgt hij ervan, spuwt hij haar uit, dan schijnt hij haar te verfoeien, en geheel bereid te zijn om er afstand van te doen. Zij is in zichzelf meer walgelijk dan het uitspuwsel van een hond, en vroeg of laat zal zij dit ook voor hem zijn Psalm 36:2.
2. Hoe licht de zondaars, in weerwil hiervan, er toch in terugvallen. Gelijk de hond na verlichting verkregen te hebben door het uitspuwen van hetgeen zijn maag bezwaard had het weer gaat oplikken, zo zullen de zondaars die slechts overtuigd maar niet bekeerd zijn terugkeren tot de zonde, vergetende hoe zij ervan gewalgd hebben. De apostel past deze spreuk toe op hen, die "de weg van de gerechtigheid gekend hebben, maar er zich van afgekeerd hebben, 2 Petrus 2:22, maar God zal hen uit zijn mond spuwen, Openbaring 3:16.