Spreuken 25:27
Veel honing te eten is niet goed, en als de mensen hun eigen eer zoeken, dan is het geen eer.
Aan twee dingen moeten wij gestorven zijn.
1. Aan zingenot, want veel honing te eten is niet goed, al streelt hij de smaak, en al is hij, zo hij met matigheid wordt gebruikt, een zeer gezond voedsel, maar als men er te veel van eet, verwekt hij walging, en prikkelt de gal, en wordt aldus de oorzaak van velerlei ziekte. Het is waar van al de genietingen van de mensenkinderen, zij wekken oververzadiging, maar geven geen voldoening, en zij zijn gevaarlijk voor hen, die er zich een al te veelvuldig gebruik van veroorloven.
2. Aan de lof van mensen. Daar moeten wij niet reikhalzend naar verlangen, evenmin als naar zingenot, want als de mensen hun eigen eer zoeken, toejuiching uitlokken, begerig zijn naar populariteit, dan is het geen eer voor hen, maar schande, iedereen zal er hen om uitlachen, de eer die aldus gezocht wordt is geen eer, geen wezenlijke eer.
Sommigen geven een anderen zin aan dit vers: Veel honing te eten is niet goed, maar heerlijke en voortreffelijke dingen te zoeken, is zeer aanbevelenswaardig, dat is ware eer hierin kunnen wij niet zondigen door overmatigheid. Anderen vatten het aldus op: Gelijk honing, die, hoewel hij aangenaam is voor de smaak, de maag bezwaart als men er te veel van eet, zo zal een nieuwsgierig indringen in verheven en hoogheerlijke zaken ons wel aangenaam zijn maar als wij er te ver ingaan, dan zullen wij overstelpt worden met een grotere heerlijkheid dan wij kunnen dragen. Of aldus, "Gij kunt oververzadigd worden door te veel honing te eten maar de eer en heerlijkheid van de gezaligden is altijd nieuw en altijd vers, en zal ons nooit vervelen of tegenstaan."