Spreuken 25:26
Het wordt hier voorgesteld als een zeer betreurenswaardige zaak en een openbare ramp, die voor velen zeer gevolgen kan hebben, zoals het troebel maken van een bron, of het verderven van een springader, als de rechtvaardige valt voor het aangezicht van de goddeloze, dat is:
1. Dat de rechtvaardigen in zonde vallen voor de ogen van de goddelozen, dat zij iets doen, hetwelk onbestaanbaar is met hun belijdenis, dat verteld wordt in Gath, en verkondigd wordt in de straten van Askelon, zodat de dochters van de Filistijnen zich verblijden, dat zij die kostelijk zijn van wijsheid en van eer, van de hoogte hunner voortreffelijkheid vallen. Dat beroert de fonteinen door sommigen te grieven, en verderft de springaders door anderen te besmetten en hen aan te moediger om evenzo te doen.
2. Dat de rechtvaardigen verdrukt, terneergeworpen en vertreden worden door het geweld of de list van slechte mensen, verdrongen worden van hun plaats en in afzondering en vergetelheid moeten leven, dit is het beroeren van de fonteinen van het recht, en het verderven van de springaders van de regering, Hoofdst. 28:12, 28, 29:2.
3. Als de rechtvaardigen lafhartig zijn, zich buigen voor de goddelozen, bang zijn om goddeloosheid tegen te staan, zich lafhartig aan hen onderwerpen, dat is een vlek werpen op de godsdienst, een ontmoediging van de Godvruchtigen, en een sterken van de handen van de zondaren, en zo is het als een beroerde fontein en verdorven springader.