Spreuken 24:27
Dit is een regel van wijs beleid in het bestuur van huishoudelijke aangelegenheden, want alle Godvruchtige mensen moeten goede bestuurders zijn van hun huis, en in dat bestuur handelen met wijsheid, dat zou veel zonde en droefheid voorkomen, en ook voorkomen dat hun belijdenis gesmaad wordt.
1. Wij moeten aan hetgeen noodzakelijk is de voorkeur geven boven hetgeen slechts tot gemak dient, en niet uitgeven aan pronk, hetgeen aan het onderhoud van het gezin besteed moest worden. Wij moeten tevreden zijn met een armoedige hut tot woning, veeleer dan gebrek te lijden aan het nodige voedsel, of er schulden voor te maken.
2. Wij moeten er niet aan denken om te gaan bouwen voor wij het kunnen bekostigen. Leg u eerst toe op uw werk daarbuiten, laat uw grond in goede orde gebracht worden, want daaruit moet gij uw onderhoud verkrijgen, en als gij daar goede inkomsten van hebt verkregen dan en niet eerder kunt gij er aan denken om uw huis te verbouwen en te verfraaien, want dat is het waarop, en waarin gij onkosten zult hebben te doen. Velen hebben hun bezitting en hun gezin te gronde gericht door geld te besteden aan hetgeen hun niets opleverde, beginnende te bouwen als zij het nodige niet hadden om te voleindigen. Sommigen vatten het op als een raad aan jonge lieden, om niet te trouwen, (want daardoor wordt het huis gebouwd) voordat zij goed gevestigd zijn in de wereld, en instaat zijn om vrouw en kinderen op betamelijke wijze te onderhouden.
3. Als wij een groot plan op touw zetten, dan is het verstandig om het ons goed voor te stellen, er de nodige toebereidselen voor te maken, eer wij aan het werk beginnen, opdat het, als het eens begonnen is, niet stil behoeft te staan uit gebrek aan materialen. Salomo heeft zelf naar die regel gehandeld in zijn bouwen van het huis van God, waarvoor alles van tevoren in gereedheid was gebracht, 1 Koningen 6:7.