Spreuken 24:17-18
Hier:
1. Wordt ons verboden genoegen te smaken in het ongeluk van een vijand. Zoals wanneer sommigen ons een kwaden trek hebben gespeeld, of wanneer wij tegen sommigen kwalijkgezind zijn, alleen maar omdat zij ons tegenwerken of ons in de weg staan, en zij lijden op de een of andere wijze schade, vallen misschien, of zijn in gevaar, struikelen wellicht, en ons verdorven hart smaakt daar heimelijk voldoening in, ha! zo wilden wij het hebben, of zij zijn vervaard in het land, de woestijn heeft hen besloten. Of zoals Tyrus zei van Jeruzalem: ik zal vervuld worden, nu zij verwoest is, Ezechiël 26:2. "De mensen hopen op het verderf van hun vijanden of mededingers om hun wraaklust aan hen te koelen, of om er hun rekening bij te vinden, maar wees gij niet zo onmenselijk verheug u niet als de ergste vijand, die gij hebt, valt." Er kan een heilige blijdschap zijn in de verwoesting van Gods vijanden, daar deze strekt tot heerlijkheid Gods en het welzijn van de kerk, Psalm 58:11, maar in het verderf van onze vijanden, als zodanig, mogen wij ons volstrekt niet verblijden, integendeel, zelfs met hen moeten wij wenen als zij wenen, zoals David, Psalm 35:14, 15, en dat wel in oprechtheid, wij moeten zelfs geen heimelijke vreugde in ons hart toelaten over hun rampen.
2. Dat dit genoegen God tot toorn verwekt wordt hier als reden opgegeven voor dit verbod. De Heer zal het zien, al is het slechts in het hart verborgen, en het zal kwaad zijn in Zijn ogen, zoals het kwaad is in de ogen van een wijs vader om te zien dat een van zijn kinderen juicht over de straf, die hij aan een ander van zijn kinderen oplegt, terwijl hij moest sidderen en er door gewaarschuwd moest zijn, niet wetende hoe spoedig hij zelf in die toestand kan zijn, daar hij het toch zo dikwijls verdiend heeft. Hij voegt er een argument "ad hominem, op de man af", aan toe. "Gij kunt uw land geen grotere vriendelijkheid bewijzen dan u te verblijden in zijn val", want dan zal God om u te dwarsbomen Zijn toorn van hem afkeren, Want gelijk de toorn des mensen Gods gerechtigheid niet werkt, zo was Gods gerechtigheid nooit bestemd of bedoeld om voldoening te geven aan de toorn des mensen en hem in zijn dwaze hartstochten te stijven, veeleer dan daar de schijn van te hebben zal Hij de volvoering van Zijn toorn uitstellen, ja, er ligt in opgesloten dat Hij, als Hij zijn toorn van hem afkeek, hem zal richten tegen u, en dat u de beker van de zwijmeling in handen zal gegeven worden.