Spreuken 22:7
In vers 2 had hij gezegd: Rijken en armen ontmoeten elkaar, maar hier bevindt hij, hier toont hij aan, dat er voor de dingen van dit leven een groot verschil tussen hen is, want,
1. Zij, die weinig hebben zullen in onderworpenheid zijn aan degenen, die veel hebben omdat zij van hen afhankelijk zijn, zij hebben steun van hen ontvangen en verwachten nog steun van hen. De rijken heersen over de armen, en maar al te dikwijls veel meer dan hun betaamt, met hoogmoed en hardheid, ongelijk aan God, die, hoewel Hij groot is, toch niemand veracht. Het maakt een deel uit van de beproeving van de armen, dat zij moeten verwachten vertreden te worden, en het maakt een deel uit van hun plicht, om zoveel zij kunnen dienstwillig te zijn voor hen, die vriendelijk voor hen zijn, en er zich op toe te leggen om dankbaar te wezen.
2. Zij, die achteruitgaan bevinden zich grotelijks in de macht van hen, die vooruitgaan. Die ontleent is des leners knecht, heeft verplichting aan hem, en moet hem soms bidden: Wees lankmoedig over mij. Daarom is het een deel van het beloofde geluk aan Israël, dat zij zullen lenen, maar niet ontlenen, Deuteronomium 28:12. En wij moeten ons best doen om zoveel mogelijk buiten schuld te blijven. Sommigen verkopen hun vrijheid om aan hun zucht naar weelde te voldoen.