Spreuken 22:17-21
Hier verandert Salomo zijn stijl en wijze van spreken. Tot nu toe heeft hij van het begin van Hoofdstuk 10 meestal leerstellige waarheden neergelegd, met slechts hier en daar een woord van vermaning, het aan ons overlatende om gaandeweg de toepassing te maken, maar hier en tot aan het einde van Hoofdst. 24 richt hij zijn rede tot zijn zoon, zijn leerling, zijn lezer, zijn hoorder, sprekende als tot een particulier persoon. Tot nu toe was zijn zin meestal begrepen in een vers, maar hier strekt hij zich gewoonlijk verder uit. Zie hoe de wijsheid het beproeft met verscheidenheid van methodes ten einde ons door geen enkele oververzadigd te doen worden. Wij worden persoonlijk toegesproken, om onze aandacht op te wekken en ons behulpzaam te zijn in de toepassing. De evangeliedienaren moeten het niet voldoende achten om voor hun hoorders te prediken, zij moeten tot hen prediken, noch het voldoende achten om tot hen allen in het algemeen te prediken, zij moeten zich ook tot afzonderlijke personen richten, zoals hier: Doe gij zo en zo. Hier is:
I. Een ernstige vermaning om wijsheid en genade te verkrijgen door te letten op de woorden van de wijzen, beide op de geschreven en op de gepredikte woorden, op de woorden van de profeten en priesters, en inzonderheid op de wetenschap, die Salomo in dit boek de mensen geeft van goed en kwaad, zonde en plicht, beloning en straf. Naar deze woorden, deze wetenschap moet het oor geneigd worden in ootmoed en ernstige aandacht, en het hart gericht worden door geloof en liefde en nauwkeurige overweging. Het oor zonder het hart is niet genoeg.
II. Hier zijn argumenten om aan de vermaning kracht bij te zetten. Let op:
1. De waardij en het gewicht van de dingen zelf, waarvan Salomo ons in dit boek de wetenschap geeft. Het zijn geen onbeduidende dingen, die slechts tot vermaak dienen, geen grappige spreekwoorden, om in scherts aangehaald te worden om er de tijd mee te korten, neen, het zijn heerlijke dingen aangaande de eer en heerlijkheid Gods, de heiligheid en gelukzaligheid onzer zielen, het welzijn van de mensheid en alle gemeenten of gezelschappen van mensen. Het zijn vorstelijke dingen, dat is de betekenis van het woord, geschikt om door koningen te worden gesproken en door senaten te worden gehoord, het zijn dingen betreffende wet en wetenschap, wijze raad betreffende de gewichtigste aangelegenheden, dingen, die ons niet slechts onszelf zullen doen kennen, maar ons in staat zullen stellen om raad te geven aan anderen.
2. De helderheid van de ontdekkingen van deze dingen, en hoe zij tot ons persoonlijk gericht worden. Zij zijn bekend gemaakt, openlijk bekend gemaakt, opdat allen ze lezen, duidelijk bekend gemaakt, opdat die voorbijgaan ze kunnen lezen, heden bekend gemaakt, vollediger dan ooit tevoren, in deze dag van licht en kennis, bekend gemaakt in deze uw dag, maar het is slechts voor een wijle, dat dit licht bij u is, misschien zullen de dingen, die u heden bekend gemaakt zijn, indien gij geen gebruik maakt van de dag uwer bezoeking, morgen voor uw ogen verborgen zijn. Zij zijn geschreven ter meerdere zekerheid, en opdat zij ontvangen, en zuiver en onvervalst aan het nageslacht overgeleverd zullen worden. Doch waar hier de meeste nadruk op gelegd wordt is, dat zij u bekend zijn gemaakt aan u geschreven zijn, alsof het een brief was, die aan u geadresseerd is, het is geschikt en gepast voor u en uw toestand, in deze spiegel kunt gij uw eigen gelaat aanschouwen, het is voor u bedoeld en bestemd, om u ten regel te wezen, en daarnaar moet gij geoordeeld worden. Van deze dingen kunnen wij niet zeggen: het zijn zeer goede dingen, maar zij gaan ons niet aan, neen, zij zijn van het grootste gewicht en belang voor ons. 3. De aangenaamheid van deze dingen voor ons ten opzichte beide van vertroosting en eer.
a. Als wij ze verbergen, wegleggen in ons hart, zullen zij ons een overvloedige voldoening geven, vers 18. Het is lieflijk en zal uw voortdurend vermaak zijn, als gij die in uw binnenste bewaart, ze dikwijls overdenkt, er u door laat leiden en regeren. De gedaante van de godzaligheid is, als men daarin alleen rust, een bedwang voor de mens, hij doet dan slechts een schijnboete in een wit gewaad, alleen zij, die zich onderwerpen aan de kracht van de Godzaligheid en er hartewerk van maken, smaken er genot en genoegen in, Hoofdst. 2:10.
b. Als wij er gebruik van maken in onze gesprekken, dan zullen zij zeer betamelijk zijn, ons een goede reputatie doen verkrijgen. Zij zullen op uw lippen gepast worden. "Spreek van deze dingen, en dan spreekt gij als uzelf en zoals het u betaamt te spreken in aanmerking van uw hoedanigheid en karakter. Gij zult ook genoegen smaken in het spreken van deze dingen, zowel als in de overdenking ervan.
4. Het voordeel, dat er voor ons mee bedoeld is. De heerlijke dingen, die God ons geschreven heeft, zijn niet zoals de bevelen, die de meester geeft aan zijn knecht, en welke alle bedoeld en bestemd zijn ten voordele van de meester- maar zoals die, welke de onderwijzer geeft aan zijn leerling, welke alle bedoeld en bestemd zijn tot nut en voordeel van de leerling. Deze dingen moeten bewaard worden door ons, want zij zijn geschreven aan ons.
A. Opdat wij vertrouwen hebben in God, aldus vertroosting smaken in Hem en gemeenschap hebben met Hem. Opdat uw vertrouwen op de Heere zij, vers 19. Wij kunnen niet anders op God vertrouwen dan in de weg des plichts, onze plicht is ons geleerd, opdat wij reden zullen hebben om op God te vertrouwen. Ja dit is op zichzelf een grote plicht, die wij te leren hebben, een plicht, die de grondslag is van allen praktische Godsdienst: een leven te leiden van verlustiging in God en van vertrouwen op Hem.
B. Opdat wij voldoening zullen hebben in ons eigen voordeel: Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen van de waarheid, opdat gij moogt weten wat waarheid is, duidelijk onderscheiden zult tussen haar en leugen, en weten moogt op welke gronden gij de waarheden Gods ontvangt en gelooft. Het is begerenswaardig niet alleen de woorden of redenen van de waarheid te kennen, maar ook de zekerheid ervan, opdat ons geloof verstandig en redelijk zij en zal toenemen tot volle verzekerdheid. Het middel om de zekerheid van de redenen van de waarheid te kennen, is een gewetenszaak te maken van onze plicht, want zo iemand wil deszelfs wil doen, die zal met zekerheid bekennen dat de leer uit God is, Johannes 7-17.
C. Opdat wij nuttig en dienstig zijn voor anderen tot hun onderrichting. Opdat gij goede rekenschap geeft van de redenen van de waarheid aan degenen, die tot u zenden om u te raadplegen als een orakel, of aan degenen, die u zenden die u in enigerlei zaak gebruiken als een agent of gezant. Kennis is ons gegeven om er goed mee te doen, opdat anderen hun kaars kunnen aansteken aan onze lamp, en opdat wij in onze plaats naar de wil van God ons geslacht mogen dienen. En zij die er een gewetenszaak van maken om Gods geboden te houden, zullen het best instaat zijn om rekenschap te geven van de hoop, die in hen is.